Wijkagenten slechts 65 procent in eigen wijk
26 juli 2010
Wijkagenten bij de politie besteden 65 procent van hun tijd aan werk in of voor hun wijk. Uitgangspunt is dat wijkagenten 80 procent van hun tijd in of voor hun wijk actief zijn. Dat zij dit niet halen komt doordat de wijkagenten ook worden ingezet voor noodhulp, toezicht en handhaving buiten hun eigen wijk om roosterproblemen daar op te lossen, vooral ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Dat blijkt uit een onderzoek dat minister Hirsch Ballin (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Wijkagenten zelf willen overigens hun werk niet alleen beoordelen aan de hand van hun tijdsbesteding in of voor hun wijk. Zij vinden het niet erg om af en toe mee te draaien in de noodhulp en willen best bij evenementen ingezet worden, want ook dat werk draagt bij aan veiligheid in de samenleving. Ook accepteren wijkagenten dat administratief werk samenhangt met politiewerk. In een informatieverwerkend bedrijf als de politie moet nu eenmaal informatie geregistreerd en opgezocht worden. Toch zijn wijkagenten bezorgd, ze vinden dat ze onvoldoende aan hun eigen wijkwerk toekomen.
MKB-Nederland en VNO-NCW delen die bezorgdheid en zijn van mening dat de minister zorg moet dragen dat de twee in het onderzoek aangedragen oplossingen op korte termijn effectief worden geïmplementeerd zodat wijkagenten hun tijd kunnen besteden aan het werk in de wijk. Uit de praktijk blijkt dat van goede samenwerking tussen ondernemers en wijkagent op lokaal niveau een preventief effect uitgaat.
De oplossingen die snel effectief moeten worden zijn:
● Het vergroten van de capaciteit voor noodhulp bij de korpsen; dit voorkomt dat wijkagenten in de noodhulp moeten inspringen en vervolgens ook nog eens het administratieve werk dat daaruit voortvloeit moeten doen.
● Betere administratieve ondersteuning voor wijkagenten, zowel voor de administratieve afhandeling van het werk als voor het verzamelen van informatie in de voorbereiding van het werk.

