AO Ondermijning 13 november, brief aan de VC voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
13-11-2019

Geachte dames en heren,

 

Op 13 november a.s. spreekt u met minister Grapperhaus en minister Dekker over georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Publieke én private partijen maken zich zorgen over de ernst, de toename, verharding en schade van ondermijnende criminaliteit. We willen af van de giftige invloed van criminelen. Ondermijning leidt tot het dumpen van gevaarlijk drugsafval, het ronselen van jongeren, bedreigingen van burgemeesters, wethouders, ondernemers én medewerkers, het misbruiken van producten en diensten die ondernemers ongewild leveren en tot liquidaties en vergismoorden.

 

Landelijk en lokaal zouden ondernemers een flinke bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen en verstoren van ondermijning en de publieke partijen voorzien van informatie voor de opsporing. Dat willen de brancheorganisaties en ondernemers ook. De huidige privacyregels en het toezicht daarop maken dat onmogelijk. Wetsvoorstellen om informatie-uitwisseling beter mogelijk te maken zijn al vijf jaar in voorbereiding. Daarom vragen we u - gezien de toenemende ernst van ondermijning - het kabinet te vragen op korte termijn ruimte te creëren via wetgeving en daarop vooruitlopend via pilots om informatie te kunnen delen en daarmee criminele bedrijfsmodellen die ten grondslag liggen aan ondermijning tegen te gaan. Hieronder volgt een toelichting.

 

De onderwereld is al goed georganiseerd; nu de bovenwereld nog
Vele normale producten en diensten worden ongewild door ondernemers geleverd en gebruikt in de criminele bedrijfsketen. Daarbij worden ondernemers bedreigd, lopen ze onverzekerbare schade op en zijn ze soms ook nog verdachte. Ondernemers hebben last van criminelen die zich vestigen in hun buurt; het leidt tot reputatieschade van het vestigingsgebied en tot veiligheidsrisico’s.

 

Daar komt bij de groeiende druk van bestuurlijke maatregelen en regulering van de lokale, nationale en Europese overheid. Bedoeld om criminelen aan te pakken, maar in de praktijk vaak niet effectief.

 

Terwijl de veel effectievere aanpak gericht op het verbreken van het complexe criminele bedrijfsproces door gerichte informatie-uitwisseling niet van de grond komt.

 

Samenwerking tussen partijen als gemeenten, politie en ondernemers heeft in de praktijk bewezen effectief criminaliteit te kunnen terugdringen. Maar deze samenwerking is vaak tijdelijk door het ontbreken van structurele middelen óf is tot stilstand gekomen omdat informatie-uitwisseling niet meer mogelijk is door (privacy)wetgeving en het toezicht daarop. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben op 14 oktober jl. samen met meer dan 30 brancheorganisaties voorstellen gedaan aan minister Grapperhaus en minister Dekker om met publiek-private samenwerking ondermijning tegen te gaan. Deze voorstellen zijn opgenomen in bijgaande publicatie 'De onderwereld is al goed georganiseerd. Nu de bovenwereld nog'.

 

Veel van die voorstellen zijn alleen mogelijk als we de knelpunten rond informatie-uitwisseling oplossen. Enkele voorbeelden:

  • Makelaars willen geen panden verhuren voor hennepteelt. Toch gebeurt het omdat deze ondernemers geen informatie meer krijgen van de politie over potentiële klanten. Voorheen kregen makelaars die twijfelden aan de integriteit van een klant, niet meer dan het sein ‘rood, oranje of groen’. Dit mag echter niet meer van de toezichthouder.
     
  • Autoverhuurders willen geen busjes verhuren voor drugsvervoer; ook de transportsector wil daar niet voor misbruikt worden. Deze en andere branches kunnen evenmin beschikken over informatie bij twijfel aan potentiële klanten. En dat geldt voor alle leveranciers van diensten en producten die zowel in de normale als in de criminele bedrijfsketen worden gebruikt.
     
  • Banken willen informatie onderling uitwisselen over ongebruikelijke transacties. In Nederland mag dat niet van de toezichthouder.
     
  • Zelfs gemeenten mogen tussen afdelingen in het eigen gemeentehuis relevante informatie niet uitwisselen. Terwijl het combineren van informatie uit verschillende domeinen het mogelijk maakt om risicogericht criminaliteit op te sporen en tegen te houden.

 

 

Privacy is een schild voor criminelen

In het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC), waarin het ministerie van Justitie en Veiligheid, de politie, VNO-NCW, MKB-Nederland en verschillende andere partijen deelnemen, wordt onder andere gewerkt aan het stimuleren van publiek-private samenwerking om criminaliteit tegen te gaan. In het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2019-2022 van het NPC is dat onder andere geconcretiseerd in:

  • het bedrijfsleven weerbaarder maken tegen de risico’s van (ondermijnende) criminaliteit;
     
  • de samenwerking tussen publieke en private partners stimuleren en faciliteren om preventie te verbeteren;
     
  • binnen bestaande kaders informatie-uitwisseling stimuleren tussen publieke en private partners en gebruik maken van innovatieve maatregelen.

 

 

Met dat alles wil het NPC een bijdrage leveren aan een veiliger ondernemersklimaat en een veiligere samenleving. Het genoemde stimuleren van informatie-uitwisseling tussen publieke en private partners vormt hierbij een onmisbaar aspect.

 

Het uitwisselen van informatie op maat tussen bedrijven onderling en met de overheid om fraude en het faciliteren van ondermijning tegen te houden komt hier in Nederland echter niet goed van de grond. Overal zien we hetzelfde probleem terugkomen: de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) moet vooraf toestemming verlenen voordat ook maar één stap gezet kan worden, zoals de "verwerking van strafrechtelijke gegevens". Daarbij is de AP apert tegen cross-sectoraal gegevens delen, terwijl criminelen tientallen branches misbruiken voor hun activiteiten. De strenge Europese AVG biedt hiervoor wel ruimte, maar in Nederland pakken we die ruimte niet. Daardoor worden goede initiatieven om samen ondermijning tegen te gaan in de kiem gesmoord. Er wordt gezegd "er kan heel veel", maar de praktijk laat zien dat dat niet zo is. De AP verleent namelijk geen medewerking aan praktische pilots om in overleg te verkennen wat wél kan.

 

Relevante informatie delen en slim benutten om criminelen op te sporen en hen het gebruik van onze economische infrastructuur te ontzeggen, is zo praktisch onmogelijk. Privacy is een groot goed en de bescherming van de gewone burger een groot belang. Maar nu krijgen criminelen alle ruimte om nepbedrijven op te richten en normale producten en diensten te gebruiken in de criminele bedrijfsketen. De informatie om criminelen tegen te houden en op te sporen is beschikbaar, maar mag niet gedeeld worden. Grote kansen om ondermijning tegen te gaan blijven zo liggen. Hoewel verschillende partners al goede inspanningen verrichten op dit terrein, moet de politiek dit probleem oplossen: bedrijven, gemeenten en politie kunnen ondermijning niet effectief tegengaan met een blinddoek om.

 

Vaart maken met wetgeving

Er wordt al meer dan vijf jaar gewerkt aan een wet om beter gegevens te kunnen uitwisselen. Het gaat om de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS)¹ die nu voor advies bij de Raad van State ligt. Onduidelijk is of hierin ook de problemen rond informatie-uitwisseling tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheid opgelost worden. En onduidelijk is hoeveel jaren en tegenstand er nog voor de boeg liggen.

 

Vanzelfsprekend moet er een goede wettelijke basis komen om informatie-uitwisseling mogelijk te maken, die past binnen de regels van de Europese AVG en de privacy van burgers beschermt, maar het voorkomen en tegengaan van criminaliteit niet langer zo ernstig in de weg staat. Daar hoort bij dat wordt afgestapt van het model waar de AP vooraf toestemming moet verlenen; beter is een systeem waarbij de toezichthouder vooraf aangeeft wat wel kan en mag en dat de verantwoordelijkheid ligt bij de partijen die informatie verwerken. Daarbij kan de toezichthouder altijd ingrijpen als dat nodig zou zijn.

 

Korte termijn: pilots om van te leren

Totdat bovenstaande wet er is, zou al op korte termijn ruimte gemaakt kunnen worden voor pilots met informatie-uitwisselen, onder toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens. Het ministerie kan in overleg met de AP ruimte scheppen om - op grond van de toenemende ernstige gevolgen van ondermijnende criminaliteit - vergunning te verlenen om op beperkte schaal gecontroleerd te starten.

 

Een dergelijk traject kan bovendien veel inzicht opleveren, zowel over de effectiviteit om ondermijning en fraude te voorkomen en terug te dringen als voor het zodanig aanpassen van wetgeving dat voldaan wordt aan de AVG en bescherming van de privacy zonder dat het criminaliteitsbeheersing in de weg staat. In Engeland functioneert al jaren een goedwerkend systeem (www.cifas.org.uk). Er is een licentie beschikbaar waarmee we hier op korte termijn kunnen starten. En zo criminele verdienmodellen verbreken, schade voorkomen en ervaring opdoen die ten goede komt aan de wetgever, preventie en repressie.

 

Wij vragen u er bij het kabinet erop aan te dringen ruimte te creëren voor deze pilots.

 

Ook de politie ondervindt de effecten van de huidige regelgeving rond informatie-uitwisseling en ondersteunt daarom, mede vanuit het NPC, dan ook deze oproep van VNO-NCW en MKB-Nederland voor een betere informatie-uitwisseling.

 

Gaarne tot toelichting bereid.

 

Met vriendelijke groet,

 

mw. G. Dolsma wnd. directeur Economische Zaken


¹ De WGS vervangt het wetsvoorstel Kaderwet Gegevensuitwisseling op waarmee in 2014 werd gestart.