Faillissementswetgeving, brief aan minister Dekker (Rechtsbescherming)

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
20-03-2019

Excellentie,

 

Door een sterk samenspel tussen ondernemers en overheid hebben wij in Nederland een vruchtbare omgeving voor ondernemerschap. Dat is belangrijk omdat ondernemerschap en ondernemers welvaart brengen. Desondanks zijn er zaken die om aandacht vragen. Zo kijkt MKB-Nederland vanuit de ondernemer naar het systeem bij faillissementen en komt tot de conclusie dat hier verbeteringen nodig zijn. MKB-Nederland maakt al jarenlang een punt van de zwakke positie van het mkb bij de afhandeling van faillissementen. De ongelijke verhoudingen tussen schuldeisers werd rond het - gelukkig afgewende - faillissement van Intertoys weer eens duidelijk. Bij faillissementen buitelen schuldeisers met krachtige posities over elkaar heen met voorrangsposities en met gestelde zekerheidsrechten. De grote verliezer is het mkb, als zogenoemde concurrente schuldeiser. Ondernemers zien al decennialang maar een klein gedeelte van hun vordering terug, gemiddeld niet meer dan 3%.

 

In het geval van een franchiseconstructie worden franchisenemers meegesleurd. Zij zijn met handen en voeten gebonden aan de keuzes van de aandeelhouder van de franchisegever indien deze aandeelhouder een pandrecht heeft gevestigd tot zekerheid voor een lening. MKB-Nederland vindt dat dit anders moet, eerlijker.

 

Is het eerlijk dat de (kleine) concurrente schuldeiser altijd aan het kortste eind trekt? Is het logisch dat de Belastingdienst altijd het eerste aan bod komt? De fiscus deelt door het heffen van belasting mee in de winsten van een onderneming maar in geval van faillissement gaat de opbrengst ook naar de fiscus en kunnen de concurrente schuldeisers naar hun centen fluiten. Wij bepleiten meer gelijkheid in de positie van schuldeisers waarbij het geld uit boedels zoveel mogelijk in de economie blijft. Het mkb heeft immers rekeningen te betalen en mensen in dienst die betaald moeten worden. Kleine schuldeisers die hun geld niet terugkrijgen, dreigen op hun beurt in de betalingsproblemen te raken.

 

De faillissementswetgeving wordt door het kabinet in kleine stukjes aangepakt. Zo is begin dit jaar nog een modernisering van het proces ingevoerd. Wat echter steeds buiten beeld blijft is het verbeteren van de positie voor de concurrente schuldeisers. Deze aanbeveling van de Commissie Kortmann (2007), alsook van de Werkgroep herziening van het faillissementsrecht van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW - 2001), wordt angstvallig vermeden.

 

Waar de positie van het mkb alsmaar verzwakt, zien we dat de positie van de overheid steeds sterker is geworden. Door steeds afzonderlijke onderdelen van de faillissementswetgeving aan te pakken zijn de verschillen alleen maar groter geworden.

 

Wat willen wij?
Verbeter de positie van de (kleine) concurrente schuldeiser. Laten wij gezamenlijk deze handschoen oppakken en onderzoeken op welke wijze de positie kan worden versterkt. Daarbij moet onder meer aan de orde komen de positie van eigenaren/aandeelhouders die ook pandrecht hebben. Hun onderneming gaat failliet maar zij staan wel vooraan in rij. Dit is bij Intertoys ook het geval geweest en komt vaker voor. Een doorstart of verkoop kunnen zij zo afremmen met grote gevolgen voor schuldeisers en eventuele franchisenemers. Wij vragen u om in dat onderzoek de regelgeving in Duitsland te betrekken. Daar krijgen aandeelhouders geen voorkeursbehandeling tenzij ze minder dan 10 procent hebben en niet betrokken zijn bij de leiding of tenzij zij betrokken waren bij een eerdere reddingspoging van de onderneming. Het fiscale bodemrecht is een ander voorbeeld van een regeling die in het onderzoek betrokken zou moeten worden.

 

Intussen beraadt een aantal departementen zich op de consequenties van de jurisprudentie van het Europees Hof op de positie van werknemers bij de doorstart na faillissement. Wij dringen er bij u op aan op dit terrein geen overhaaste vergaande stappen te zetten die het tot stand komen van doorstarts onnodig moeilijk zouden maken. Doorstarts zijn in het belang van de schuldeisers en ook in het belang van behoud van zo veel mogelijk werkgelegenheid. De positie van ondernemers als schuldeiser bij faillissementen is ronduit zwak. Momenteel vinden er gelukkig niet veel faillissementen plaats en is het probleem wellicht minder zichtbaar. Dat betekent niet dat er geen actie nodig is. Ik bespreek graag met u hoe we 'het dak kunnen repareren nu de zon schijnt'.

 

Hoogachtend,

 

J. Vonhof
Voorzitter Koninklijke Vereniging MKB-Nederland

 

Een afschrift van deze brief is verzonden naar de Minister en Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Financiën