Handels- en investeringsbevordering, brief aan de Algemene Commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van de Tweede Kamer

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
02-10-2017

Hoogedelgestrenge dames en heren,

 

Op 5 oktober vindt er een Algemeen Overleg plaats van de Algemene Commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking inzake handels- en investeringsbevordering. Ten behoeve van dat AO vragen wij graag uw aandacht voor een aantal zaken.

 

1. Internationalisering biedt meer kansen dan we nu weten te realiseren

 

Tijdens de rondetafel over handelsbeleid op 11 september in de Tweede Kamer is door VNO-NCW en MKB-Nederland expliciet het belang van een robuust en aangescherpt handelsbeleid uiteengezet. Dit pleidooi is door andere deelnemers, waaronder de medeondertekenaars van deze brief, aan de rondetafel breed ondersteund. Van ons BBP wordt 32% in het buitenland verdiend en ruim 2,2 miljoen fulltime banen in Nederland hebben we te danken aan de export. Handel is dan ook voor onze economie van groot belang. Daarnaast heeft handel grote maatschappelijke waarde. Nederlandse bedrijven leveren namelijk iedere dag een actieve bijdrage aan het realiseren van de Sustainable Development Goals, door hun kennis en kunde in te zetten en over de hele wereld oplossingen te bieden voor mondiale maatschappelijke vraagstukken, bijvoorbeeld op het vlak van klimaatverandering, bevolkingsgroei en verstedelijking. Ondernemers zijn breed aan de slag met de SDGs, zie de recente brochure die VNO-NCW en MKB-Nederland met Global Compact hebben opgesteld).

 

De (maatschappelijke) welvaart die we uit internationale handel halen zou zelfs nog fors vergroot kunnen worden. Zie ook hiervoor onder meer het recente rapport van EY in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken over het economisch groeipotentieel van de SDGs.

 

2. Versterk duurzame handelsrelaties via programmatische strategische aanpak

 

Om deze kansen te realiseren is versterking en vernieuwing van het Nederlandse beleid voor handelsbevordering nodig door het intensiveren van de publiek-private samenwerking en het beter richten van het bestaande instrumentarium. Zodoende kunnen we de positie van Nederland verder uitbouwen, het relatief bescheiden aandeel van de Nederlandse export op groeimarkten vergroten, de diversiteit aan bedrijven in handelsrelaties vergroten, meer internationalisering van mkb bereiken, o.a. op de nabije markten, handelsketens verder verduurzamen en een positieve bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van met name low- en middle-income landen.

 

Dat is ook de kern van het Adviesrapport 'Team Nederland: Samen sterker in de wereld' over versterking van de Nederlandse positie op de internationale markten, dat in opdracht van de Dutch Trade and Investment Board is uitgebracht. Overheid en bedrijfsleven, waaronder de banken, zijn het met elkaar eens dat we in Nederland moeten werken aan een strategische meerjarige programmatische aanpak van internationaal ondernemen en dat er publiek en privaat geïnvesteerd moet worden: in ons vestigingsklimaat, in de organisatorische en financiële ondersteuning van de internationalisering van bedrijven, in acquisitie van buitenlandse bedrijven, in internationale innovatiesamenwerking, in versterking van het economisch postennetwerk en in de branding van Nederland als favoriete plaats om te investeren. Om dit te kunnen realiseren is nodig dat het volgende kabinet het instrumentarium uitbreidt met 50 miljoen euro en de plannen voor een financieringsinstelling Invest-NL voortzet. Daarbij gaan wij ervan uit dat reeds in gang gezet beleid dat zich in de praktijk bewezen heeft verder versterkt wordt, zoals de verbinding tussen hulp en handel. We wijzen in dit kader ook op het advies van de AWTI over de inzet van diplomatie voor internationalisering van wetenschap, technologie en innovatie (WTI-diplomatie). Ook dit advies heeft als kern dat een impuls nodig is in de publiek-private samenwerking, evenals meer regie en samenwerking en een goede samenhang tussen enconomische en 'kennisdiplomatie' plus uitbreiding van het instrumentarium.

 

3. Kom tot krachtige publiek-private handelsbevordering

 

Er zijn inmiddels aan private zijde al belangrijke stappen gezet om tot een professionelere en effectievere organisatie van de handelsbevordering te komen. De situatie waarin er organisaties met welgemeende bedoelingen het Nederlands bedrijfsleven ondersteunen in hun internationaliseringsambities is onvoldoende effectief gebleken. Wij hebben het initiatief genomen om de krachten aan private zijde te bundelen. Recent is de Stichting NL International Business opgericht om te komen tot een meer integrale aanpak van private initiatieven op gebied van handels-, innovatie- en investeringsbevordering.

  • Naast een versterkte samenwerking aan private kant via de Stichting NL International Business, moet ook tot een versterkte samenwerking aan publieke zijde worden gekomen. Hierbij gaat het om betere samenwerking tussen het Rijk, provincies en gemeenten en de kennisinstellingen. In het Adviesrapport aan de Dutch Trade and Investment Board wordt deze samenwerking geschetst onder de werknaam 'Trade NL'.
     
  • Deze krachtenbundeling aan zowel private als publieke zijde maakt een effectieve en efficiënte publiek-private samenwerking mogelijk die de volgende toegevoegde waarde kan bieden: de versnippering in het aanbod van diensten vermindert, zodat de ondernemer beter weet waar hij of zij terecht kan en vergroting van de vindbaarheid van zowel publieke als private economische dienstverlening met het doel het MKB verder in de exportstand te brengen;
     
  • Er ontstaat veel betere regie op het gehele proces, waardoor een publiek-private internationaliseringsstrategie veel beter kan worden vertaald naar effectieve operationele acties;
     
  • Gesignaleerde kansen in het buitenland (o.a. door ambassades) kunnen beter verbonden worden aan capaciteiten en ideeën van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen en andersom en topsectoren worden beter ondersteund bij hun internationaliseringsambities, waardoor er een krachtigere internationale positionering tot stand wordt gebracht;
     
  • Economische missies zullen strategischer ingezet kunnen worden, met een betere voorbereiding en follow up.
     
  • Er kunnen beter maatschappelijke allianties worden gevormd om gezamenlijk de Nederlandse oplossingen te koppelen aan mondiale uitdagingen op het terrein van o.a. water, voedsel, energie, verstedelijking en digitalisering.

4. Zet huidig beleid van IMVO-convenanten voort

 

De Nederlandse aanpak met de focus op IMVO-convenanten moet worden voortgezet. De IMVO-convenanten laten aantoonbaar zien dat de handelsketens verduurzamen door initiatieven die uit het bedrijfsleven zelf komen. Deze initiatieven moeten dan ook ruim baan krijgen. Daarvoor is het nodig dat de wetgeving ruimte biedt voor experimenten en er wordt geborgd dat er niet een situatie kan ontstaan waarbij een te strikt wettelijk keurslijf – ook al komt dat voort uit goede intenties – deze kansen voor Nederlandse bedrijven zou frustreren.

 

5. Versterk postennetwerk voor verdere groei Nederlandse export

 

Door de toename van internationale spanningen en het opkomende wereldwijde protectionisme neemt het aantal handelsbelemmeringen toe (+10% in 2016 volgens de Europese Commissie). Veiligheid en stabiliteit in landen waar bedrijven zaken doen zijn essentiële randvoorwaarden voor succesvol internationaal ondernemen. De kerntaken van het postennetwerk (ambassades, consulaten en NBSO's) - bevorderen van de veiligheid en mensenrechten, consulair advies voor burgers en het behartigen van handelsbelangen – zijn daarmee belangrijker dan ooit. Uit het tweejaarlijkse onderzoek van evofenedex voor de Ambassadeprijs 2016 blijkt dat met name het mkb baat heeft bij het postennetwerk, inclusief de NBSO's: Het mkb prijst met name de handige tips, informatie en hands-on ondersteuning ter plaatse.

 

De bezuinigingen op het postennetwerk (Nederland heeft wereldwijd ruim 150 posten) zijn ten koste gegaan van de bezetting, capaciteit, dienstverlening en continuïteit. Hierdoor komt de effectiviteit van de posten onder druk te staan. Dit kan (deels) worden geadresseerd door te komen tot een structurele verbinding tussen het postennetwerk en de publieke en private handelsbevordering in Nederland. Met de nieuwe publiek-private samenwerking moeten op dit terrein stappen worden gemaakt.

 

We juichen de lopende trajecten en evaluaties ('Vernieuwing economische diplomatie' via RVO en 'Evaluatie economische diplomatie' via IOB Buitenlandse Zaken) toe en wachten graag de uitkomsten daarvan af. Vooruitlopend daarop zouden naar onze mening in ieder geval de volgende maatregelen nodig zijn om het postennetwerk inclusief de NBSO's te versterken, internationaal ondernemen te vereenvoudigen en de export te kunnen laten groeien:

  • Zorg voor betere signalering en doorvertaling ontwikkelingen veiligheid en politiek naar impact voor bedrijven, zowel op NL- als EU-niveau .
     
  • Zorg voor een duidelijke focus van het postennetwerk op en samenhang tussen het behartigen economische belangen, handel en innovatie. Koppel kennis en informatie over marktkansen beter aan elkaar en ontsluit de informatie (digitaal) voor publieke én private partners in Nederland.
     
  • Zorg voor betere verbinding publiek-private netwerken tussen Nederland en de handelstak van posten, inclusief NBSO's, om optimaal gebruik te maken van elkaars kennis en netwerken.
     
  • Evalueer de rol van regional business developers via een publiek-private dialoog.
     
  • Vergroot capaciteit posten en draai bezuinigingen terug op posten waar één medewerker zit.
     
  • Open – lijn met het advies AIV – ter wille van handelsbevordering en in overleg met het bedrijfsleven nieuwe posten (tenminste NBSO's) in groeimarkten of markten met groten groeipotentie
     
  • Vergroot de expertise op posten door betere en meer opleidingen en trainingen voor uitgezonden medewerkers en een langere rouleertermijn Graag verzoeken wij u om deze zaken bij uw verdere besluitvorming te betrekken. Voor nadere informatie verwijzen wij ook graag naar onze position papers die ingestuurd zijn ten behoeve van de ronde tafel op 11 september. Uiteraard zijn wij ook graag bereid om een nadere toelichting te geven.

Hoogachtend,

 

Jeroen Lammers, directeur beleid Peter Bongaerts, directeur belangenbehartiging
VNO-NCW en MKB-Nederland FME
 
Jos Kleiboer, directeur beleid Bart Jan Koopman, directeur
Metaalunie evofenedex
 
Diederik van Wassenaer, Global Head Regulatory & International Affairs Wilco Hendriks, Global Head International Business Advisory
Koos Timmermans, CFO  
ING Rabobank
 
Oscar Rijcken-Voigt, COO a.i. Corporate & Institutional Banking  
EMEA  
ABN AMRO