Tien aanbevelingen voor het innovatiebeleid, brief aan de VC voor EZK van de Tweede Kamer

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
05-06-2019

Hoogedelgestrenge dames en heren,

 

Nederland staat er goed voor als innovatieland

Ons land staat aan de top van vele innovatieranglijsten. De Europese Commissie bestempelt Nederland als innovatieleider. Op vele terreinen is ons bedrijfsleven wereldmarktleider, hebben we internationaal toonaangevende innovatie-ecosystemen waarin grote mkb-bedrijven samenwerken aan de uitdagingen van morgen en hebben we een bruisend startup-ecosysteem.

 

Kenmerkend voor Nederland is dat deze goede prestaties worden geleverd tegen relatief zuinige publieke- en private investeringen. De totale private investeringen in innovatie nemen wel toe (van 1,06% BBP in 2011 tot 1,17% BBP in 2017), waarvan 40% door het mkb¹. Het bedrijfsleven behoort tot de Europese top 3 wanneer het gaat om samenwerking met, en investeringen in, de wetenschap. De publieke investeringen stijgen in deze kabinetsperiode wel, maar blijven achter bij de groei. Verwacht wordt dat deze een gestage daling inzetten van 0,72% in 2018 naar 0,65% in 2023 ². Willen we de motor dus laten blijven lopen dan zijn extra investeringen onmisbaar.

 

Naast de benodigde investeringen kan Nederland deze sterke prestaties alleen maar leveren dankzij de sterke samenwerking tussen de partijen in de gouden driehoek (overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen) zowel nationaal als regionaal, gecombineerd met een effectief en competitief beleidsinstrumentarium. Vele evaluaties laten zien dat het Nederlandse innovatiebeleid stevig staat. Ook de nieuwe richting van het gerichte innovatiebeleid naar een meer missie-gedreven aanpak met impact past bij de manier waarop bedrijven innoveren en kan op de steun van VNO-NCW en MKB-Nederland rekenen. Onze eigen R&D-barometer laat zien dat de investeringen van bedrijven steeds meer worden ingezet op samenwerking, de maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën.

 

Tegelijkertijd is er ruimte voor verbetering

Nederland staat er dus goed voor en de basis van het innovatiebeleid staat. Vanuit deze stevige basis is er echter nog wel ruimte voor verbetering. Recente dalingen in ranglijsten van WEF en IMD laten zien dat Nederland niet achterover kan gaan leunen. Zo is er nog steeds sprake van relatief lage publieke- en private investeringen in R&D waarbij de publieke middelen vaak wat versnipperd worden ingezet. Ook vermarkt Nederland de kennis nog onvoldoende. De rol van de overheid als launching customer is daarbij onderbelicht. Tot slot dreigt er een afstand tussen innovatieve koplopers en het meer technologie volgend mkb (‘kennisverspreiding’) wat op langere termijn belemmerend werkt op het groeivermogen van onze economie.

We willen de Tweede Kamer ten behoeve van het AO op 11 juni 10 concrete punten onder de aandacht brengen ter versterking van het innovatiebeleid:

  1. Maak de WBSO future proof door te zorgen voor automatische stabilisatie en een betere ICT definitie.
  2. Houdt het missie-gedreven innovatiebeleid eenvoudig en gericht op het verdienvermogen. Versterk de positie van het mkb in dit beleid.
  3. Voorkom versnippering en verstevig de samenhang tussen wetenschaps- en innovatiebeleid. Jaag extra private investeringen in wetenschap aan door de PPS-middelen van NWO te laten groeien.
  4. Investeer in AI.
  5. Formuleer en activeer een ambitieuze start- en scale-upagenda.
  6. Zet in op een valorisatiepact.
  7. Maak meer ruimte voor proeffaciliteiten en Smart Industry.
  8. Stimuleer procesinnovatie in het mkb.
  9. Maak werk van de overheid als launching customer.
  10. Zet in op 'knowledge deals' met branches om de kennisverspreiding gericht op het mkb te bevorderen.

Hierna worden deze punten verder uitgewerkt.

 

[...]

 

Tot slot willen we de Tweede Kamer erop wijzen dat innovatie uiteindelijk valt of staat bij de beschikbaarheid van de juiste (technische) mensen. Aandacht hiervoor is en blijft van cruciaal belang voor onze innovatiekracht.

 

Een afschrift van deze brief wordt gestuurd naar de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

 

Hoogachtend,

 

Mw. G. Dolsma

Wnd Directeur Economisch Zaken


¹ 3,1 mld in 2016. Dat was 27% (ongeveer 1,3 mld) in 2003. Daarbij past wel de kanttekening dat het CBS daarna de R&D van de allerkleinste bedrijven (0-10) wat beter is gaan meten.
² Rathenau 'Totale investeringen in Wetenschap en Innovatie' (2019).