Vragen doorrekening Klimaatakkoord, brief aan minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat)

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
02-04-2019

Excellentie, Beste Eric,

 

Bij onze leden is veel behoefte aan wat men noemt "het eerlijke verhaal" over het klimaatbeleid. Wij willen rationele afwegingen op basis van de juiste feiten en geen "Brexit-achtig" scenario waarbij emoties en foute informatie bepalend zijn voor een heilloze weg.

 

Er zijn stevige twijfels en vragen over de gehanteerde veronderstellingen, modelberekeningen en dus de plausibiliteit van diverse uitkomsten zoals door sommige instituten gepresenteerd. Duidelijkheid daarover is ook van belang om straks een verstandige, geobjectiveerde CO2-heffing inhoud te geven, zoals het kabinet wenst. Daarnaast denken wij dat een stevig draagvlak voor het klimaatbeleid gebaat is bij een consistente en integrale economische analyse. Derhalve maken we graag van uw aanbod gebruik om een aantal vragen te stellen aan PBL en CPB.

 

Ons doel is om informatie op te halen die het draagvlak onder een effectief klimaatbeleid bevordert. Nu is van dat draagvlak noch bij burgers, noch bij ondernemers in voldoende mate sprake om straks tot een breed gedragen en dus effectief beleid te komen.

  1. Reële inschattingen over burgers en ondernemers inzake hun woningen en panden
    PBL lijkt uit te gaan van gemiddeld 15.000 euro investeringskosten per woning om deze via de wijkaanpak aardgasvrij te maken.1 Dat is weinig. Gemiddeld kost het upgraden naar bijna energieneutraal – BENG – zo'n 30.000 euro per woning.2 Het gasvrij en CO2-neutraal maken van oude woningen kost al gauw 60.000 euro of meer. Voor ondernemers geldt vaak een dubbele rekening (eigen huis plus eigen bedrijfspand).

    - Welke veronderstellingen heeft PBL gemaakt ten aanzien van de bereidheid van huiseigenaren en ondernemers om hiervoor financieringsarrangementen aan te gaan?
    - In welke mate is rekening gehouden met de lange terugverdientijd, die van invloed is op deze bereidheid? Heeft men zich er rekenschap van gegeven dat slechts 4 procent van de huiseigenaren daadwerkelijk bereid lijkt te zijn tot investeren?
    - Hoe meent men dan dat burgers en bedrijven in beweging komen om 1,5 mln. woningen en gebouwen in de periode tot en met 2030 te verduurzamen?
    - Op welke wijze is verondersteld dat dit wordt geeffectueerd (vrijwillig met faciliteiten die voldoende 'verleiden' – en zo ja welke – óf gedwongen 'van het gas af' als voldongen feit door keuzes van gemeenten)?
    - In hoeverre heeft dit realiteitsgehalte dan wel maatschappelijk draagvlak en gaat de aanpassing van woningen en panden echt gebeuren?

    Wij hebben inmiddels de mogelijkheden verkend om woning- en gebouwverduurzaming aantrekkelijker te maken en de klimaatverbeteringen dichterbij te brengen. Die mogelijkheden zullen wij nadat deze zijn gefinaliseerd graag met u delen. Daarnaast achten wij het wenselijk met het oog op de (lasten)druk op ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf dat het definitieve pakket aan klimaatmaatregelen wordt onderworpen aan een 'MKB-impacttoets'.
     

  2. De economische effecten van de puur Nederlandse CO2-heffing
    Het kabinetsvoornemen tot een nationale CO2-heffing voor de energie-intensieve industrie bovenop EU ETS is een (mondiaal) novum. In geen enkel ander EU-land heeft de energie-intensieve industrie te maken met nationale CO2-beprijzing naast het EU ETS. Lidstaten die een nationale CO2-heffing kennen stellen daar effectief hun ETS-bedrijven van vrij, zo blijkt eenduidig uit het in opdracht van het kabinet recent verschenen PwC-rapport.3 Landen buiten de EU die een CO2-heffing hebben en daar de industrie mee belasten zitten qua tarief vér onder de ETS-prijs.

    Het rapport van PwC maakt verder onomstotelijk duidelijk dat een nationale heffing tot gevolg heeft dat de aantrekkelijkheid van industriële activiteiten in Nederland afneemt met een groot risico op weglek van economische activiteiten en werkgelegenheid.

    Eerdere onderzoeken van o.a. DNB kwamen uit op soortgelijke conclusies.4 We zijn dus benieuwd naar de veronderstellingen en de economische berekeningen van PBL van de platte nationale heffingen zoals voorgesteld door PvdA en GroenLinks. Dit geldt à fortiori voor de uitwerking van een nationale "verstandige" heffing zoals het kabinet wenst.
     

  3. Consistente en integrale economische analyse gewenst
    Een stevig draagvlak voor het klimaatbeleid is gebaat bij een consistente en integrale economische analyse. Nu buitelen tegengestelde werkgelegenheidseffecten, gepresenteerd door verschillende instituten, over elkaar. Ons voorstel zou zijn dat het CPB de opdracht krijgt die integrale economische analyse te maken. Dit is extra van belang omdat het kabinet heeft aangekondigd een klimaatbeleid te willen invoeren dat geen banen kost.

    Nog liever willen wij Nederland juist aantrekkelijk maken voor de creatie van nieuwe klimaatbanen. Het zou dan niet zo mogen zijn dat bijvoorbeeld geplande investeringen bij Tata of DOW worden afgeblazen, dat daardoor banen verdwijnen bij toeleverende bedrijven in die regio's, zoals voorspeld door DNB, en dat vervolgens de werkloze woningbezitters nog minder geneigd zijn om hun woning energieneutraal te maken. Het roze toekomstbeeld van veel banen in de bouw en installatietechniek is dan weg. Een goede en integrale economische analyse is gewenst om het paard niet achter de wagen te spannen.

    Bij een integrale economische analyse past ook een volledige doorrekening van inkomens- en budgettaire gevolgen op basis van actuele energie- en CO2-prijzen. Zo wordt in het actuele CO2-prijsscenario de overheidskas de komende jaren extra gevuld (vanwege de veilingopbrengsten) en is de energierekening voor burgers en bedrijven een hiermee rechtstreeks samenhangende nieuwe tegenvaller. Voor het maatschappelijk draagvlak achten wij het essentieel wanneer de overheid opgelegde lasten op gebruik van fossiele energie zoveel mogelijk beschikbaar stelt voor het klimaat, opdat burgers en bedrijven de lasten van verduurzaming niet eenzijdig hoeven te dragen.

Tot slot
Excellentie, de goede econoom weet dat burgers en bedrijven niet leven in een rationeel vormgegeven doorrekenmodel, maar in een samenleving en markten met veel "animal spirits". Het is de taak van ons bestuur om afspraken en coalities te smeden met allerlei partijen in het binnenland, met buitenlandse investeerders en met onze EU-partners om de randvoorwaarden voor een effectief klimaatbeleid overtuigend en realistisch in te vullen. Helaas is dat geen kwestie van een pennenstreek, maar vergt het veel noeste arbeid en tijd. Laat de overheid die tijd nemen, te beginnen met het op tafel krijgen van de juiste informatie. Het is daarnaast belangrijk dat een onafhankelijk instituut, zoals de SER, dit vervolg samen met de overheid verder vorm geeft alvorens besluiten worden genomen.

 

Hoogachtend,

 

Hans de Boer
VNO-NCW
Jacco Vonhof
MKB-Nederland

 


1 PBL, 2019, 'Effecten Ontwerp Klimaatakkoord', p. 67: Gemiddeld investeringsbedrag van zo'n 10 mld. (2019-2030) / ((250k + 1.070k) / 2) woningen ≈ 15k per woning.
2 EIB, 2018, 'Klimaatbeleid en gebouwde omgeving'.
3 PwC, 2019, 'De effecten van een nationale heffing op broeikasgas in de industrie'.
4 DNB, 2018, 'De prijs van transitie' & CE Delft, 2018, 'Effecten van CO2-beprijzing in de industrie'. Economen in de VS hebben er daarnaast op gewezen dat een CO2-heffing in de VS alleen kan werken als deze vergezeld gaat van een zogenoemde “border adjustment mechanism”, iets wat voor Nederland alleen ondoenlijk is en wat enkel op Europees niveau geregeld kan worden (WSJ, 2019, 'Economists' statement on carbon dividends').

 

Bijlagen met gerichte vragen