BREXIT: toch maar beter niet

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
14-03-2016

In Trouw van 5 maart stelt Paul de Grauwe dat het niet in het belang van de EU is dat het Verenigd Koninkrijk lid blijft van de EU. Het VK zou de samenhang in de EU van binnenuit ondermijnen. Daarom zou het beter zijn voor de EU om met een door uittreding verzwakt VK een nieuw handelsakkoord af te sluiten.
Soortgelijke geluiden hoor je ook wel in de Europese instellingen. Het VK zou in de afgelopen jaren integratie-initiatieven hebben tegengehouden en langs de kant hebben gestaan, met de euro als meest zichtbare voorbeeld. Na een Brexit zou de EU een vlucht naar voren kunnen maken en integratiestappen zetten die al veel eerder gezet hadden moeten worden, aldus deze stemmen.
Toch is het zaak het VK als lid van de EU te behouden en vooral niet toe te geven aan de emotionele impuls dat ‘ze maar moeten opkrassen als ze niet mee willen doen’. Daar zijn vier belangrijke redenen voor.

Grote economische belangen
Ten eerste zijn er met het lidmaatschap grote economische belangen gemoeid. Dat is zeker zo voor Nederland. Nederlandse bedrijven hebben 177 miljard euro geïnvesteerd in het VK en het VK is onze tweede handelspartner, vlak achter Duitsland. 10% van onze export gaat erheen, in totaal 36,5 miljard euro. Hoeveel schade die economische belangen zullen ondervinden door een Brexit is nog volstrekt niet te voorspellen. Dat hangt af van de details van een nieuw economisch akkoord dat de EU en het VK dan moeten sluiten. Zeker is wel dat een heronderhandeling, gezien de omvang en de complexiteit ervan, wellicht zes of zeven jaar zal gaan duren. Al die tijd zal er onzekerheid zijn over de condities van toekomstige handel en investeringen. Dat is nooit gunstig. En zeker is ook dat het uiteindelijke resultaat hoe dan ook zal achterblijven bij de mate van harmonisatie en voorspelbaarheid die de Interne Markt van de EU momenteel biedt.

Bepalende factor
Ten tweede is het VK sinds zijn lidmaatschap altijd een belangrijke bepalende factor geweest voor het beleid van de EU. De huidige EU is door de Britten in hoge mate gevormd. Denk maar aan karaktertrekken als de nadruk op de markt in relatie tot overheidsinvloed, het streven naar minder en betere regelgeving, de focus op pragmatisme en het afsluiten van vrijhandelsakkoorden met veel handelspartners. De Britten kunnen ook in de toekomst een sterke bondgenoot van Nederland zijn bij het bepalen van de richting van de EU.

Verzwakte geopolitieke positie
Ten derde zal de geopolitieke positie van de EU verzwakt worden door een uittreden van het VK. De EU zal dan minder massa hebben in de instabiele en multipolaire wereld van nu. Defensiesamenwerking in de EU zal zonder het VK minder body krijgen en de gezamenlijke ontwikkeling en aanschaf van materieel zal minder schaalvoordelen kunnen realiseren. Dat is niet aantrekkelijk nu dreigingen in de buurlanden van de EU zich opstapelen. De EU zal ook minder gewicht hebben in handelsbesprekingen of klimaatonderhandelingen.

Ongewenste precedentwerking
Ten vierde zal een Brexit ongewenste precedentwerking hebben. Enerzijds binnen het VK, waar Schotland mogelijk uit zal treden om de weg terug te vinden naar de EU. Wellicht zullen andere onrustige regio’s als Catalonië dan dat voorbeeld volgen. Anderzijds zal een Brexit waarschijnlijk ook in andere EU landen de geest uit de fles halen om een uittreden uit de EU te bepleiten.

Er zijn dus veel redenen om te hopen op een heldere pro-Europese uitslag in het referendum in het VK.

Dit opiniestuk is ook gepubliceerd in Trouw van 14 maart 2016