Na Prinsjesdag: óók geld naar ‘oude’ wegen

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
15-10-2019

Nederland is nooit af. Dat geldt ook voor onze infrastructuur. Dus zullen er ook komend jaar weer nieuwe wegen bijkomen. Dat is mooi, maar ondertussen moet ook goed worden gekeken naar de bestáánde wegen. En dan vooral naar het onderhoud daarvan. Hopelijk heeft de Tweede Kamer daar deze week aandacht voor bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Onderhoud is misschien niet zo sexy als het openen van een nieuwe snelweg, maar zeker zo relevant voor de doorstroming van het Nederlandse verkeer. Van personen én van goederen.

 

Herhaling Merwedebrug?

Vorig jaar lag er voor 873 miljoen euro aan achterstallig onderhoud aan hoofdwegen en -vaarwegen. Een van de oorzaken daarvan is dat een behoorlijk deel van de Nederlandse bruggen en sluizen aan het eind van zijn levensduur is. Ook heeft de overheid de neiging om onderhoud uit te stellen. En dan kan het ineens misgaan, zoals het geval was met de Merwedebrug in 2016. Die moest na inspectie ineens twee maanden dicht voor het vrachtverkeer als gevolg van haarscheurtjes in de draagconstructie. Vrachtverkeer moest maar een omweg zien te vinden.

 

Niet alles ineens

Het kabinet moet die achterstand in het onderhoud snel zien weg te werken. Maar dat kan niet allemaal ineens. Onderhoudswerkzaamheden zorgen namelijk voor wegafsluitingen, files, vertraging op het spoor en beperkte (of tijdelijk helemaal geen) doorvaart voor de scheepvaart. Ook hebben bouwbedrijven onvoldoende capaciteit om al die klussen in één keer te klaren. Dat komt dus aan op goed plannen.

 

Bereikbaar blijven

De onderhoudswerkzaamheden mogen niet ten koste gaan van de nieuwbouwplannen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Want allebei zijn nodig om Nederland bereikbaar te houden. Er staat genoeg op het spel. Zo zal het reistijdverlies op het wegennet de komende jaren toenemen met 38 procent. Het spoor bereikt in 2027 de grenzen van groei. En de binnenvaart verwacht een daling van het goederenvervoer over het water, onder meer door de lage waterstanden. Dat betekent dus nog meer druk op het wegvervoer.

 

Dus minister en Tweede Kamer, kijk niet alleen vooruit naar de weg van de toekomst, maar ook naar de weg waarop we nu rijden.

 

Jan Willem Visser

Beleidssecretaris mobiliteit