'Meer EU voor Noord-Afrika'

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
19-05-2011

Minister Uri Rosenthal wil de Noord-Afrikaanse landen meer integreren in de EU. Dat past goed bij zijn ideeën over economische diplomatie. Maar hoe hij de handel concreet wil bevorderen? 'Ik ben niet zo'n man van plannen.’

‘Ik zit hier om Nederland welvarender te maken’, zegt Uri Rosenthal in zijn werkkamer op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Rosenthal formuleert zijn zinnen voorzichtig en zonder grote statements. ‘Dit kabinet wil Nederland sterker, veiliger en welvarender maken. Dat slaat dus ook op buitenlands beleid.' Als het gaat over beleid is hij niet de man van de meeslepende vergezichten die Nederland wel even op de bovenste tree van het ereschavot zal zetten. Het gaat al gauw over verdragen en internationale instituten.

'De agenda's van Buitenlandse zaken en EL&I lopen synchroon', zei hij tijdens de contactdagen voor ondernemers op de jaarlijkse ambassadeursconferentie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Rosenthal windt er geen doekjes om: hij zet zich in voor de Nederlandse economie. En dat betekent dat ‘zijn’ ambassades, consulaten en Netherlands Business Support Offices meer en meer filialen van de bv Nederland zijn.

Komen er speciale attachés voor het bedrijfsleven, zoals de landbouw die ook heeft?
'Nee, we hebben altijd al hoog gekwalificeerd personeel in het buitenland. Bedríjven moeten nu beseffen dat de ambassades er ook voor hen zijn. Dan hebben we het ook over de Netherlands Business Support Offices en over invliegende types die transacties van economisch belang tot stand helpen brengen.’

'Het bedrijfsleven moet toch even wennen aan de gedachte dat de Nederlandse diplomatie er ook voor hem is. Dat die geweldig kan helpen. Het opvallende is dat bedrijven die contact hebben met ambassades daar zeer positief over zijn. De vraag is vooral: maakt het bedrijfsleven er voldoende gebruik van? '

Ambassadepersoneel hoeft niet op bedrijvencursus, maar ondernemers moeten op ambassadecursus?
'Ik vind het slecht om de oplossing van problemen bij anderen te leggen. Wij moeten er zelf voor zorgen dat het bedrijfsleven het nut inziet van intensieve contacten met de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging.'

Mediterrane belangen
De afgelopen maanden kwam Rosenthal vooral in het nieuws naar aanleiding van perikelen in Libië. Zijn voorstel voor het – ook economisch – stutten van de 'Arabische lente' trok weinig aandacht. Eind maart schreef hij een open brief met zijn Deense collega Lene Espersen over een strategie voor de Noord-Afrikaanse landen. De opstanden in veel Arabische en Noord-Afrikaanse landen zijn niet alleen politiek, maar ook economisch van belang. Want van oudsher zijn er handelsbelangen tussen Europa en de landen rondom de Middellandse zee.

Beide ministers namen de val van de muur en de integratie van Oost-Europese landen als voorbeeld. ‘We moeten streven naar een Euro-Mediterrane Economische Ruimte, met vrij verkeer van goederen, diensten en ideeën’, schreven ze. ‘De uitdaging is om die brede visie om te zetten in concrete initiatieven. Elke stap naar de economische integratie met de EU zou verbonden moeten zijn met tastbare vooruitgang bij politieke hervormingen.’

Pleit u voor een verdere uitbreiding van de EU of een EU-light?
'Ik wil die term Euro-Mediterrane Economische Ruimte niet teveel benadrukken. Het gaat om het bepalen van een politieke koers in Europa. Wij moeten kijken wat we concreet te bieden hebben aan die landen. Waar het bij Arabische landen vooral om gaat, is dat de economische infrastructuur daar bijzonder zwak is. Degenen die zich tegen het regime hebben gekeerd, hebben dat gedaan omdat ze zonder werk zitten. We kunnen grote hoeveelheden geld sturen of technologische expertise beschikbaar stellen. Maar minstens zo belangrijk is dat je obstakels om handel te drijven wegneemt.'

Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de handelsstromen op gang komen?
'Dan kom ik terecht bij een trits van doelen. Maatschappelijke en economische hervormingen, vrije verkiezingen en bevorderen van de rechtstaat, respect voor de rechten van de mens. Al die dingen zijn condities om die landen sterker te maken, maatschappelijk en economisch.'

Dat klinkt meer als een schrijftafelanalyse dan als een plan van aanpak.
'Ik ben niet zo'n man van plannen, ik houd meer van hands on maatregelen. Als het dan gaat om het op gang brengen van de handelsstromen, heb je het over gesprekken met die landen, associatieakkoorden en het wijzigen van bestaande akkoorden. Op korte termijn kijk je naar het stutten van de rechtstaat. En naar garantiestellingen, borgstellingen en leningen van Europese banken.'

Bevoorrechte status
De EU-gezant in Tunesië, de Nederlander Adrianus Koetsenruijter, stelde vorige week voor om dat land een bevoorrechte status te geven, net als Noorwegen en Zwitserland. Zover is Rosenthal nog niet, het zijn wat hem betreft nuttige suggesties, ‘technicalities waar ik mij niet mee bezig houd'. Rosenthal vindt dat de discussie in Brussel gevoerd moet worden door de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten. Dat wordt volgens Rosenthal ook een samenspel tussen de Europese Commissie en de bewindslieden van de lidstaten.

In Europa gaan de zaken doorgaans niet zo snel. Er zijn kapers op de kust, zoals China, om hun belangen veilig te stellen. Kunnen wij wel wachten?
'In een aantal opzichten vind ik dat de EU weldegelijk snel kan reageren. Er is tijdens de protesten in Egypte door de raad van regeringsleiders heel snel besloten de opstandelingen te steunen, nog voor Mubarak afgezet was. Obama had het toen nog over history unfolding en niet meer dan dat.'

Kun je de EU-politiek zo snel wijzigen?
'Natuurlijk niet, dat kost tijd. In de Arabische regio geldt dat de industriële productie zeer bescheiden is en ze het voornamelijk van agrarische producten moet hebben. Zuidelijke lidstaten zien een wijziging van landbouwpolitiek als een bedreiging van hun zwaar gesubsidieerde landbouwsector. Maar het voorstel om handelsbeperkingen daarvoor op te heffen is toch simpel, helder en logisch.'

Chinezen zijn heel makkelijk. Ze geven een zak met geld, klaar.
'Als het gaat om concurrentie van Chinezen, geldt dat je je ogen en oren wijd open moet houden. Kijk maar naar Oost-Afrika: daar zijn Chinezen volop actief en reageren alert als zij kansen zien. Daarom ben ik in samenwerking met mijn collega Verhagen van EL&I bezig om de diplomatie van Nederland veel meer op economische leest te schoeien.'

U gaat niet alvast een begin maken in Noord-Afrika voor het Nederlandse bedrijfsleven?
'Dat lijkt mij niet erg verstandig. Dan doen wij een peulenschilletje. Daar schiet niemand wat mee op. Daarbij worden zo de marktverhoudingen binnen de Europese Unie verstoord. En al wordt dat wel eens vergeten, de EU is er eerst en vooral voor een homogene markt en een homogene koers ten opzichte van de landen buiten de EU.'

Aziatische hindernissen
Uit een enquête bleek onlangs dat Nederlandse exporteurs weinig animo hebben om te exporteren naar Azië, toch een opkomend werelddeel. Het onderzoek werd uitgevoerd door kredietverzekeraar Atradius en de branchevereniging voor exporterende bedrijven Fenedex. Terwijl de overheid de afgelopen jaren veel tijd en geld investeerde om Nederlandse bedrijven te stimuleren in Azië te investeren, zegt bijna de helft van de ondervraagde exporteurs dat Azië nooit een belangrijke markt zal worden. Ondernemers hebben moeite met het vinden van lokale contacten, ze zijn bang dat hun producten worden gekopieerd en veel landen leggen invoerbeperkingen op om de eigen bedrijven te bevoordelen.

Het lijkt mij typisch een klus voor de minister van Buitenlandse Zaken om dat aan te pakken.
'Daar moeten we krachtdadig aan de slag. Azië is inderdaad zo'n regio waar je zaken doet als je connecties hebt met de staat. Collega Verhagen is nu in China bijvoorbeeld hard bezig met het verbeteren van de handelspositie van Nederlandse bedrijven. '

Is dat uw taak of die van de minster van EL&I?
'Ik maak mij totaal niet druk om taakverdelingen en dat soort dingen. Als we bepalen waar, wanneer en om welke redenen bewindslieden ergens naartoe gaan, geven we elkaar boodschappenlijstjes mee. Ook ik neem onderwerpen mee die een collega in een follow-up kan oppakken. Drie weken geleden was ik in de VS waar ik ook gesprekken heb gehad met Nederlandse ceo's die daar werken om te vragen hoe wij hen van dienst kunnen zijn. Zij vonden het echt belangrijk om daarover ook eens met de minister van Buitenlandse Zaken te kunnen praten.'

Waar kunnen ondernemers met internationale aspiraties nu uiteindelijk het beste aankloppen? EL&I of Buitenlandse Zaken?
'Ik denk dat de logische weg voor een ondernemer is om zich te verstaan met het directoraat Buitenlandse Economische Betrekkingen van EL&I en met de clubs die daaromheen zitten. Maar in de buitenlandse contacten die we hebben, wordt de economische functie steeds duidelijker.'

Wat wilt u bereiken voor ondernemers? Wat is over drie jaar uw erfenis?
‘De drie pijlers voor het buitenlands beleid: stabiele vrede, mensenrechten en welvaart. Het lijken onderwerpen die ver van het bed staan van ondernemers, maar ze zijn weldegelijk van belang. Ondernemers willen niet investeren in een land waar de samenleving instabiel is of waar de mensenrechten worden overtreden. Vroeger of later komen zij zichzelf anders tegen.'

www.vno-ncw.nl/buitenlandse _handel_en_betrekkingen


Nieuwe diplomatensoort

In maart maakte Rosenthal de plannen bekend voor de herstructurering van het postennetwerk. Er wordt niet alleen bezuinigd, het gaat de minister vooral om een nieuwe opzet van de diplomatieke dienst. Bovenaan de rij uitgangspunten in de nieuwe visie staat: ‘Nederlandse belangen staan centraal in het handelen. Ook onze economische belangen. Dat betekent een forse intensivering van de economische diplomatie en meer samenwerking met het bedrijfsleven.’ Tot tevredenheid van het bedrijfsleven betekent dat onder andere, dat het Europese netwerk wordt ontzien. De meeste handelscontacten zijn nog steeds met de EU-landen. Daarnaast komen er nieuwe vertegenwoordigingen in economisch kansrijke gebieden als Panama en West-China. Rosenthal: ‘We krijgen ook meer laptopdiplomatie, waarbij heel snel over internet gecommuniceerd wordt en informatie wordt gegeven. Dat hoort ook bij economische diplomatie.'




Uri Rosenthal


1945 Geboren in Montreux, Zwitserland
1963 - 1970 Studie politicologie, Universiteit van Amsterdam
1980 - 1987 Hoogleraar politicologie en bestuurskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam
1987 - 2010 Hoogleraar bestuurskunde, Universiteit Leiden
1996 - 2010 Voorzitter COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement
1997 - 2002 Vicevoorzitter NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek)
1999 - 2010 Lid Eerste Kamerfractie VVD (sedert 2005 als fractievoorzitter)
2004 - 2010 Lid Euro-Mediterrane Parlementaire Assemblee en Interparlementaire Unie
2010 - Minister van Buitenlandse Zaken


Uri Rosenthal stond als informateur aan de basis van het kabinet-Rutte-Verhagen

Dit artikel komt uit de print Forum
Remko Ebbers
redacteur Forum
+31 70 3490 163