‘Breng nieuwe e-privacywet EPR beter in lijn met de AVG’

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
10-10-2018

MKB-Nederland en VNO-NCW zijn blij dat de VVD-motie over e-privacy is aangenomen door de Tweede Kamer. Deze motie vraagt het kabinet nog eens kritisch te kijken naar de samenloop van de e-privacywet (EPR) waar op dit moment in Brussel aan gewerkt wordt en de nieuwe Algemene Europese privacywet (AVG). 'Conflicterende wetgevingssystematiek, niet technologie-neutrale onderdelen en nét verschillende definities gaan het ondernemen met persoonsgegevens nog complexer maken dan nu met de AVG', zo stellen de ondernemersorganisaties.

 

Bereik van de EPR

Een van de probleempunten is volgens MKB-Nederland en VNO-NCW dat opnieuw zwaar geleund wordt op ‘toestemming van de gebruiker’ om bepaalde gegevens te kunnen verwerken. 'Nog veel meer ‘ja klikken’ zoals we nu al kennen van de cookies.' Maar waar bij de AVG de noodzaak van toestemming afhangt van de grootte van privacyrisico's, de reden van verwerking en de verwachtingen van de klant, wordt dit bij de EPR weer losgelaten. Omdat het bereik van de EPR over een paar jaar wel eens groter zou kunnen zijn dan de AVG, kan dit negatieve gevolgen hebben voor de toekomst van ehealth, mobiliteit, slimme steden en smart energy, zo betoogden VNO-NCW en MKB-Nederland al eerder.

 

Geen dubbele wetten

Zeer wenselijk dus dat het kabinet de AVG en de EPR nog eens goed tegen elkaar houdt, zoals de motie van VVD-Kamerlid Martin Wörsdörfer beoogt. Volgens de ondernemersorganisaties zou de leidraad daarbij moeten zijn dat alleen wanneer de AVG aantoonbaar onvoldoende waarborgen biedt, extra privacyregels via de EPR in beeld mogen komen. 'Ondernemers moeten niet worden opgescheept met dubbele of conflicterende wetten. Dat is voor juristen misschien een mooie uitdaging, maar in de praktijk onwenselijk. Ook moeten met een MKB-toets de gevolgen van EPR voor het midden- en kleinbedrijf in kaart worden gebracht om innovatie en ondernemerschap niet onnodig in de weg te staan.'