Voorstel voor ‘Benchmark woonlasten’ moet van tafel

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
25-06-2019

De voorgestelde ‘benchmark woonlasten’ van minister Ollongren moet van tafel. Dat zeggen MKB-Nederland en VNO-NCW aan de vooravond van de behandeling door de Tweede Kamer op 27 juni. De benchmark heeft volgens hen alleen oog voor de lasten van burgers en zij vrezen dat eventuele tekorten door gemeenten worden verhaald op het bedrijfsleven. De organisaties zien meer in een micronorm voor lokale lasten waaraan iedere gemeente zich moet houden.

 

Waarom alleen oog voor lasten burgers?

MKB-Nederland en VNO-NCW vinden het vreemd dat het Rijk met de gemeenten uitsluitend afspraken heeft gemaakt over beperking van lokale lasten voor burgers. Deze ‘benchmark woonlasten’ moet vanaf 2020 het alternatief zijn voor de macronorm die een maximum stelt aan de stijging van OZB-opbrengsten van alle gemeenten samen. MKB-Nederland en VNO-NCW vinden ook dat de macronorm vervangen moet worden, maar dat daarbij is gekozen voor een benchmark woonlasten, vinden zij een verkeerde stap.

 

Niet meer dan inflatiepercentage

Met de kabinetskeuze voor een benchmark woonlasten worden niet alleen de belangen van de lokale ondernemingen (waaronder veel mkb) miskend, ook is een benchmark (referentiekader) geen effectieve norm voor beheersing van lokale lasten, menen  MKB-Nederland en VNO-NCW. Zij vinden dat alle belastingplichtigen - burgers en ondernemingen - gebaat zijn bij een norm die gemeentes verplicht de belastingopbrengst met niet meer dan het inflatiepercentage te laten stijgen.

 

Welke 'redelijke afwegingen'maakt gemeente?

De ondernemersorganisaties hebben minder vertrouwen dan de minister in de ‘redelijke afwegingen’ van gemeenten bij het vaststellen van lokale belastingen. Cijfers van het COELO laten zien dat in veel gemeenten de lasten voor ondernemingen ook dit jaar fors stijgen. Zo zijn in meer dan 60 gemeenten de OZB-lasten voor ondernemingen 6 tot 52,5 procent hoger dan in 2018. Daarbij krijgen sommige ondernemingen te maken met een stapeling van lokale heffingen. De detailhandel, de horeca en de recreatieve sector bijvoorbeeld. Daarom vinden MKB-Nederland en VNO-NCW een wettelijke begrenzing voor lokale lasten waaraan iedere gemeente zich moet houden noodzakelijk.