Conjunctuurinformatie: Industrie produceert weer meer

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
11-06-2018

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in april 5 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging is groter dan in maart. Al ruim 2,5 jaar produceert de industrie meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De productie van de farmaceutische industrie groeide in april opnieuw het sterkst. Ook de productie van elektrische apparaten, machine- en metaalproducten groeide sterker dan gemiddeld.

 

Minder faillissementen in mei

In mei zijn tien bedrijven minder failliet verklaard dan een maand eerder. In totaal ging het om 296 bedrijven. Daarvan kwamen de meeste faillissmenten voor in de handel: 66. Ook in de horeca werden relatief gezien veel bedrijven opgeheven. Vijf jaar geleden bereikte het aantal uitgesproken faillissementen in de maand mei een record. Daarna is de dalende trend ingezet. In augustus 2017 bereikte het aantal faillissementen het laagste niveau sinds 2001. Sindsdien is sprake van een stabilisering.

 

Hogere omzet groothandels

Groothandels hebben in de eerste maanden van 2018 wederom meer omzet gedraaid. De groei van 1,9 procent ten opzichte van het eerste kwartaal vorig jaar, was wel de laagste toename in twee jaar. Ook daalde het aantal faillissementen onder groothandelaren tot het laagste aantal in de afgelopen vijf jaar. Volgens het CBS groeide de omzet door hogere grondstofprijzen, meer vraag naar bouwmaterialen en een hogere melkprijs.

 

De omzet van groothandelaren in bouwmaterialen steeg met meer dan 8 procent en bij de zuivelhandel was sprake van een stijging met ruim 13 procent. De omzet in oliehandel, de metaal- en ertshandel en van leveranciers van chemische producten steeg elk met 3,6 procent. In de industrie werd meer geïnvesteerd en de leveranciers zagen de grotere vraag naar machines vertaald in een omzetgroei van ruim 5 procent. De handel in graan had met een daling van 16,7 procent een fors lagere omzet. Oorzaak is de verder dalende graanprijs.

 

De verwachtingen van de groothandelaren voor het tweede kwartaal zijn iets minder positief dan voor de eerste drie maanden, maar blijven hoog.

 

Consumentenprijzen omhoog

Consumenten betaalden in mei 1,7 procent meer voor goederen en diensten dan een jaar eerder. In april waren de prijzen nog 1,1 procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar.

 

De prijsstijging werd voornamelijk aangejaagd door de prijsontwikkeling van vliegtickets, een verblijf in een bungalowpark en vakantiereizen naar het buitenland.

 

Dit jaar viel de meivakantie vrijwel volledig in mei; in 2017 viel deze voor het grootste gedeelte in april. Daarnaast viel Pinksteren dit jaar in mei, maar vorig jaar in juni. Een verblijf in een bungalowpark was hierdoor 15 procent duurder dan een jaar eerder, zo merkt het statistiekbureau op. Ook de stijging van de autobrandstoffen had een verhogend effect.

 

De consumentenprijsindex is niet hetzelfde als inflatie. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Inflatie is breder en omvat bijvoorbeeld ook de prijsontwikkelingen van koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud.

 

Het CBS berekent ook de zogenoemde Europees geharmoniseerde prijsindex (HICP). In mei was de prijsstijging van goederen en diensten in Nederland volgens deze index 1,9 procent. Een maand eerder was dat nog 1 procent. In de eurozone nam de prijsstijging toe van 1,2 naar 1,9 procent. De laatste keer dat de HICP zo steeg, was in september 2013.

 

Weer omzetgroei detailhandel

De omzet in de detailhandel is in de eerste drie maanden van dit jaar weer toegenomen. Het is al het zeventiende kwartaal op rij dat er meer wordt uitgegeven in winkels, aldus het CBS. De omzet groeide met 2,7 procent ten opzichte van de eerste drie maanden van 2017. De hoeveelheid verkochte producten ging met 2,3 procent omhoog.

 

De omzet van webwinkels groeide met 21,7 procent. In de foodsector namen de supermarkten alle omzetgroei voor hun rekening (plus 2,5 procent). Bij speciaalzaken zoals slagers, groenteboeren, kaaswinkels en slijters werd juist 2,2 procent minder besteed. In de non-foodsector deden meubelwinkels (plus 4,8 procent) en drogisterijen (plus 4 procent) goede zaken. Met name speelgoedwinkels en verkopers van schoenen en lederwaren hadden het zwaar, met omzetdalingen van respectievelijk 13 en 9,2 procent.

 

Het vertrouwen van ondernemers daalde van 14,8 naar 2,4, waarbij een waarde boven de nul een positief vertrouwen aangeeft. De scherpe daling wordt volgens het CBS veroorzaakt door lagere omzetverwachtingen en gerealiseerde omzet. Ook hebben winkeliers een slechter oordeel over de voorraadposities.