Evaluaties pensioenwetgeving

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
12-03-2018

Minister Koolmees van Sociale Zaken heeft de Tweede Kamer drie evaluaties van de pensioenwetgeving gestuurd: een evaluatie van de aanpassingen van het Financieel Toetsingskader, een van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen en een van de Wet verevening pensioen bij echtscheiding. Minister Koolmees van Sociale Zaken heeft deze evaluaties

 

Financieel Toetsingskader

De wijzigingen uit 2015 in het Financieel Toetsingskader, de wettelijke toetsingsregels voor pensioenfondsen, hadden onder andere tot doel om meer stabiliteit te geven bij de sturing van pensioenfondsen en om duidelijker te zijn over wie welke risico's draagt. De evaluatie toont aan dat de meeste aanpassingen een goede bijdrage daaraan hebben geleverd.

 

Versterking bestuur pensioenfondsen

Ook door de Wet versterking bestuur pensioenfondsen zijn goede stappen gezet, waardoor de pensioenfondsgovernance volwassener is geworden, maar het is te snel om grote conclusies te trekken. Wel wordt aandacht gevraagd voor de diversiteit in besturen en fondsorganen. Ongeveer 40 procent van de fondsen heeft namelijk geen vrouw in het bestuur en zo'n 65 procent geen persoon onder de 40 jaar. Minister Koolmees roept de sector en sociale partners op om snel meer werk te maken van diversiteitsbeleid.

 

Verevening bij echtscheiding

Tot slot is er een evaluatie verschenen van de Wet verevening pensioen bij echtscheiding. Bij een eerdere evaluatie waren al knelpunten gesignaleerd. Het belangrijkste voorstel is nu om verevening tot standaardoptie te maken. Daarmee krijgt de ex-partner het verevende pensioen direct uitgekeerd en is er minder afhankelijkheid van de ex-partner.

Commentaar MKB-Nederland en VNO-NCW
De evaluaties gaan vooral in op onderdelen van het pensioencontract. Afgelopen jaren zijn enkele knelpunten aangepakt, vooral door technische aanpassingen van instrumentarium, zoals herstelplansystematiek en financiële sturing. Daarmee hebben pensioenfondsen een iets stabieler beleid kunnen voeren.
 
Belangrijker is echter om te kijken naar wat dit voor de deelnemers betekent. De meeste pensioenfondsen staan er nog steeds niet goed voor en indexatie is de komende jaren nog niet aan de orde. Het vertrouwen in pensioenen is ook nog steeds erg laag, mede doordat de regelingen zeer complex zijn en het doordat deelnemers geen goed inzicht hebben in de inleg en opbouw van hun pensioen.
 
Voor een toekomstbestendig pensioenstelsel moeten we dus niet naar losse onderdelen kijken, maar de vraagstukken in samenhang zien op te lossen. Dat vraagt om een nieuw pensioencontract dat eerlijk en begrijpelijk is en dat beter aansluit bij de behoeften van deelnemers.
 
De pensioenopbouw via de werkgever, de zogenoemde tweede pijler, is een arbeidsvoorwaarde. Werkgevers en werknemers hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het pensioenstelsel houdbaar blijft. Daarover zijn we in gesprek in de Sociaal-Economische Raad. Het is belangrijk dat hierin op korte termijn stappen worden gezet.