Ondernemers vragen gemeenten vaart te maken met Omgevingswet

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
04-06-2018

Vanuit de werkgevers en vanuit politiek Den Haag klinkt de oproep aan gemeenten om vaart te maken met de voorbereiding op de Omgevingswet. Gemeenten moeten namelijk nog veel werk verrichten, willen ze in 2021 klaar zijn voor deze wet. Een belangrijk deel van de uitvoering van de Omgevingswet komt dan in handen te liggen van gemeenten. Zij gaan namelijk vaak over de nieuwe vergunningen en richten de omgevingsplannen in. Ondernemers maken zich echter zorgen over de vraag of gemeenten die nieuwe plannen wel klaar hebben als de wet in 2021 in werking treedt.

 

"De Omgevingswet is niet alleen een bundeling van allerlei wetten. Er zijn ook nieuwe concepten bedacht die in de praktijk moeten worden uitgewerkt", zegt Jan van den Broek, senior legal counsel bij ondernemersvereniging VNO-NCW. Hij wijst op de omgevingsplannen, die vaak meer zijn dan het louter samenvoegen van bestaande bestemmingsplannen. "Het nieuwe omgevingsplan gaat veel meer uit van wat er wel kan in de fysieke leefomgeving, in plaats van wat er niet kan. Het moet flexibel zijn en uitnodigend voor de omgeving. En alles moet Raad van State-proof worden gemaakt. Het kost heel veel moeite om dat te maken, denk ik. Gemeenten moeten het wiel opnieuw uitvinden. Er is nog geen omgevingsplan waarvan ik vind dat dat een goed model is."

 

Overgangssituatie

Bikkelhard is de deadline van 2021 niet. Als de Omgevingswet in werking treedt, krijgen alle nog bestaande bestemmingsplannen van rechtswege dezelfde status als omgevingsplannen. Die overgangssituatie duurt tot 2029. Dat betekent niet dat gemeenten en provincies achterover mogen leunen, zegt Van den Broek. "Die plannen moeten wel gemaakt worden. Wij hebben liever geen omgevingsplan dat eigenlijk nog een bestemmingsplan is. Dus wij zien graag dat gemeenten hier voortvarend mee aan de slag gaan."

 

Digitaal Stelsel

Een ander zorgpunt is het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht. Het is de bedoeling dat alle digitale informatie over de fysieke leefruimte op één plek te vinden is. Zo weten burgers en ondernemers wat wel en niet mag in de buurt. Het stelsel moet het ook mogelijk maken om online vergunningen aan te vragen, maar het digitale stelsel is nog lang niet klaar. Het BIT, het overheidsbureau dat informatietechnologieprojecten van de overheid toetst, adviseerde eerder al dat het systeem voorlopig een 'minimale invulling van het huidige dienstverleningsniveau' moet krijgen.

 

Onder andere Tweede Kamerlid Ronnes (CDA) vreest dat met een minimaal opgezet digitaal stelsel de doelen van de Omgevingswet niet gehaald worden en dat daardoor de interactie met de burger niet loopt zoals de bedoeling was. Ook Van den Broek maakt zich zorgen over het digitale stelsel. "Er moet wel gezorgd worden dat bedrijven meldingen digitaal kunnen doen. Ik denk dat er veel werk aan de winkel is, maar het is niet zo dat het een zodanig nieuw systeem moet worden dat de overheid dat niet kan regelen voor 1 januari 2021."

 

Geen uitstel

Er moet nog veel gebeuren voordat de Omgevingswet in werking kan treden, maar nieuw uitstel is niet verstandig, zeggen zowel Van den Broek als Ronnes. "Ik denk dat er tijd genoeg is, maar dan moet die tijd wel goed gebruikt worden", zegt Van den Broek. Ook Ronnes is niet voor nieuw uitstel. Er is nog ruim twee jaar te gaan, zegt hij. "Maar dit is echt een hele grote stelselwijziging. We zullen ook tegenvallers krijgen."