1 JUL, 2026 • Europees nieuws
De EU en de markten, zomer 2026
Karel Lannoo, CEPS
Een snelle vergelijking met de VS toont dat de EU er niet slecht voor staat. De EU groeide het voorbije jaar met 1.5%, de VS met 2.1%, en dit in een veel minder stabiele context dan de VS. Al bij al geen slechte prestatie dus, met al de zorgen over de weerbaarheid van de Europese economie.
Elke vergelijking loopt mank. In het kader van de discussies over globale concurrentiele positie wordt de EU veel gespiegeld aan de VS, en dan in negatieve zin. De vraag is wat vergeleken wordt, en of dergelijke vergelijking wel alle elementen opneemt. EU groei vergelijken met de VS zonder de budgettaire en geopolitieke context in acht te nemen heeft weinig zin. BNP cijfers vergelijken zonder die aan te passen naar koopkrachtpariteit (KKP) is incorrect. Wisselkoersverschillen, met een dollar die begin 2025 met 15% of meer daalde tegenover de euro, is maar één van die elementen. Als men op die manier het aandeel van de EU en de VS in de wereldeconomie vergelijkt, dit is naar KKP, dan ziet men dat beide in gelijke mate dalen.
Het te financieren tekort van de VS bedraagt momenteel 7%, tegenover 3.2% voor de EU. Dit wil zeggen dat de Amerikaanse overheid veel meer dan de EU bijdraagt tot de economische groei in de VS, op basis van bijkomende schuld gefinancierd door de markten. De fiscale positie van de EU in vergelijking is veel beter. Daarenboven is de geopolitieke situatie in de EU veel moeilijker, met een oorlog in de buurlanden, en de sancties tegen Rusland, waardoor energie in de EU veel duurder is dan in de VS. Dit heeft een directe impact op de concurrentiële positie van de industrie, zoals bijvoorbeeld voor de chemiesector.
De EU heeft ook, omwille van de geopolitieke omstandigheden, een ‘slecht’ handelsakkoord aanvaard met de VS, met exporttarieven van gemiddeld 15% sedert begin 2025, van zowat 0% voordien. Maar uit de cijfers tot eind 2025 blijkt dat het marktaandeel van de EU in de VS niet veel wijzigde. De EU behoudt een handelsoverschot met de VS, en blijft dus competitief. Wel is het tekort met China een groot problem, met een dagelijks deficit van 1 miljard euro, of 360 miljard op jaarbasis.
De EU heeft niet stilgezeten om de zorgen van de industrie in verband met de concurrentieposite te beantwoorden. Enerzijds zijn er reeks maatregelen om de administratieve lasten van bedrijven te verminderen, en de interne EU markt beter te laten functioneren. De EU heeft ook een groot programma gestart om de herindustrialiseren, in de EU Accelerator Act en het promoten van de ‘made in Europee’. Bedoeling is het aandeel van de industrie in de EU economie terug te verhogen tot 20%, van ong. 14% vandaag, met beschermin voor locale produktie. Een ‘Tech sovereignty package’ werd voorgesteld, om de locale basis van die digitale sector te versterken.
De EU heeft ook een hele reeks handelsakoorden gesloten om de toeleveringsketens voor de EU nijverheid te garanderen. Drie belangrijke nieuwe akkoorden zijn de Mercosur, het akkoord met India en met Australië. De EU heeft nu 46 akkoorden met meer dan 80 landen (sommige in groep), of 53% van de wereldhandel. Vorige akkoorden hebben de uitvoer voor de EU landbouw en industrie versterkt.
Gesandwiched tussen de VS en China, die rivalen zijn geworden, heeft de EU dus haar rol verdedigd met een sterkere nadruk op een EU-breed beleid, op de weerbaarheid van de industrie, en door het vrijwaren van de international orde en de international handel. Er wordt dus hard gewerkt om de EU economie te laten groeien, en ons weerbaarder op te stellen tegen de andere handelsblokken.