25 FEB, 2026 • Europees nieuws
Digitale euro in stroomversnelling - van concept naar concrete keuzes
De discussie over het voorstel van de Europese Commissie ter invoering van een digitale euro is in een nieuwe, beslissende fase beland. Waar het debat de afgelopen jaren vooral draaide om de vraag óf Europa een digitale euro nodig heeft, verschuift de discussie nu naar de concrete invulling ervan. In het Europees Parlement tekent zich een duidelijke meerderheid af vóór invoering van zowel een online als offline digitale euro.
Tijdens een recente plenaire stemming in Straatsburg schaarden meer dan 400 Europarlementariërs zich achter amendementen die pleiten voor een digitale euro als instrument om de Europese monetaire soevereiniteit te versterken en universele toegang tot betalingen te waarborgen. Hoewel deze stemming formeel niet-bindend was, is het politieke signaal helder: er bestaat een brede meerderheid voor het project. Daarmee komt de parlementaire rapporteur, die kritisch is op met name de online variant, steeds meer onder druk te staan. Afhankelijk van de grootte van de politieke verschillen wordt in mei een compromis in het Parlement verwacht, waarna de onderhandelingen met de Raad kunnen starten.
De Raad heeft eind vorig jaar een onderhandelingsmandaat aangenomen, met nadrukkelijke aandacht voor privacy en de rol van banken. Onder druk van publieke zorgen – variërend van privacyvraagstukken tot overheidscontrole – zijn de waarborgen aangescherpt. Zo wordt expliciet vastgelegd dat centrale banken geen toegang krijgen tot persoonlijke betaalgegevens. Tegelijkertijd is geprobeerd tegemoet te komen aan banken, onder meer via een gemaximeerd vergoedingsmodel voor transacties.
Tegelijkertijd heeft de digitale euro ook een strategische component. Minder afhankelijkheid van niet-Europese betaalnetwerken en een robuuste offline betaaloptie kunnen bijdragen aan de weerbaarheid van het Europese betalingsverkeer. De ECB werkt verder aan de technische voorbereidingen, maar een definitief mandaat hangt af van de politieke besluitvorming die nu plaatsvindt.
De komende periode zullen cruciale beslissingen moeten worden genomen. Belangrijke vragen zijn: wie draagt de kosten van infrastructuur en distributie? Hoe wordt geborgd dat privacy daadwerkelijk wordt beschermd, met minimale gegevensverwerking? En hoe hoog wordt de holdinglimiet om financiële stabiliteit te waarborgen?
Voor Nederlandse bedrijven zijn dit geen technische details. Juist in Nederland functioneert het betalingsverkeer efficiënt en tegen lage kosten. Nieuwe Europese verplichtingen moeten daarom aantoonbare meerwaarde hebben en mogen niet leiden tot hogere transactiekosten of dubbele investeringen. Dat geldt des temeer nu parallel de Wero in ontwikkeling is, een privaat Europees betalingsinitiatief. De vraag hoe de digitale euro zich daartoe verhoudt, wordt steeds urgenter. Een publiek instrument mag innovatie en marktwerking niet verdringen.
Onze inzet blijft gericht op proportionaliteit en uitvoerbaarheid. Een digitale euro kan alleen slagen als hij proportioneel, uitvoerbaar en kostenneutraal is voor ondernemers. Een gefaseerde invoering is hiervoor van belang, met duidelijke holdinglimieten ter bescherming van de financiële stabiliteit en strikte waarborgen voor privacy. De meerwaarde ligt nu bij de offline variant. Zonder de bescherming van deze randvoorwaarden dreigt de digitale euro uit te groeien tot een extra verplichting voor ondernemers in plaats van een versterking van het Europese betalingsverkeer.
De komende maanden verschuift het zwaartepunt van visie naar besluitvorming. Wat nu in Brussel wordt vastgelegd, bepaalt hoe het Europese betalingsverkeer er de komende decennia uitziet – en onder welke voorwaarden Nederlandse ondernemers daarmee moeten werken. Juist daarom is het van belang dat uitvoerbaarheid en de economische realiteit in deze fase centraal blijven staan.


