4 SEP, 2026 • Nieuws

Prijsverschillen jagen consument steeds vaker en van verder de grens over

Ondernemers in zowel grensgemeenten als de bredere grensregio’s constateren een duidelijke toename van grensoverschrijdend winkelen ten opzichte van drie jaar geleden. Dat en meer blijkt uit onderzoek van Kieskompas en Panteia in opdracht van MKB-Nederland, VNO-NCW en betrokken brancheorganisaties* onder ruim 750 ondernemers en 2.500 consumenten. MKB-Nederland voorzitter Marijke Vuik heeft de resultaten vanmiddag aan Kamerleden gepresenteerd tijdens een werkbezoek aan de grensregio Eibergen en Groenlo. Zeven leden van de vaste Kamercommissie Economische Zaken gingen daar onder meer in gesprek met ondernemers over de gevolgen van het ongelijke speelveld voor hun bedrijf en de leefbaarheid van de grensregio’s.

De hogere prijzen in Nederland als gevolg van met name btw en accijns jagen consumenten steeds vaker en voor meer producten de grens over. In grensgemeenten gaat 72 procent minimaal een keer per maand speciaal naar België of Duitsland om aankopen te doen; van alle consumenten is dat nog steeds bijna 20 procent.

Lagere prijzen zijn veruit de belangrijkste reden om over de grens te kopen. Van de consumenten die producten of diensten in België of Duitsland aanschaffen, noemt 88 procent prijs als reden. In grensgemeenten is dit zelfs 94 procent. Brandstof wordt het vaakst over de grens gekocht, gevolgd door verzorgingsproducten en dagelijkse boodschappen. “Een prijsverschil bij één product trekt vaak een hele reeks bestedingen mee over de grens. Wie in Duitsland gaat tanken, doet daar geregeld ook de boodschappen en koopt verzorgingsproducten of gaat er naar de horeca. Daardoor raakt Nederland niet alleen omzet kwijt bij tankstations, maar ook bij winkels en andere lokale ondernemers”, aldus de ondernemersorganisaties.

Het gaat daarbij om aanzienlijke bedragen. Van de grensoverschrijdende kopers in grensgemeenten besteedt 67 procent maandelijks meer dan 100 euro in België of Duitsland. Bovendien geeft ruim de helft aan tegenwoordig vaker over de grens te kopen dan drie jaar geleden.
Ondernemers zien deze ontwikkeling duidelijk terug in hun bedrijf. In grensgemeenten ervaart 45 procent in (zeer) sterke mate dat potentiële klanten uitwijken naar België of Duitsland. Acht op de tien ondernemers zeggen hierdoor omzet mis te lopen. In grensgemeenten schat 49 procent het omzetverlies op meer dan 10 procent.

Grens schuift op

Opvallend is dat ook ondernemers die verder bij de grens vandaan zitten relatief vaak (32 procent) ervaren dat Nederlandse klanten voor aankopen uitwijken naar België of Duitsland. In gemeenten ver bij de grens vandaan is dit ook nog 19 procent. Hierdoor tekent zich achter de directe grensgemeenten een ‘tweede linie’ af. Ondernemers in deze gemeenten hebben wel te maken met de aantrekkingskracht van het buitenlandse aanbod op Nederlandse consumenten, maar kunnen daar nauwelijks een inkomende stroom van buitenlandse klanten tegenoverstellen.

Ondernemerschap onder druk

Data-analyse bij de onderzochte sectoren laat zien dat de winstmarges van bedrijven in grensregio’s vaak lager liggen dan bij bedrijven die meer dan 50 kilometer van de grens gevestigd zijn. Dit is het duidelijkst zichtbaar bij tabaks- en gemakswinkels en supermarkten, maar zeker ook bij slijterijen en tankstations. Lagere winstmarges betekenen dat ondernemers minder ruimte hebben om te investeren, kostenstijgingen op te vangen en economische tegenvallers het hoofd te bieden.

Consument koopt liever in Nederland

De meeste consumenten zouden liever hun geld in Nederland uitgeven, aldus het onderzoek. Van de grensoverschrijdende kopers zegt 65 procent de voorkeur te geven aan boodschappen en andere aankopen in Nederland. Twee derde geeft aan vaker in Nederland te zullen kopen als de prijsverschillen met België en Duitsland kleiner worden.

Volgens MKB-Nederland, VNO-NCW en de betrokken brancheorganisaties onderstrepen de resultaten dat het kabinet bij belastingmaatregelen veel nadrukkelijker rekening moet houden met grenseffecten. Van de ondernemers vindt 92 procent dat accijnzen, btw en verbruiksbelastingen voorlopig niet verder moeten worden verhoogd. Onder consumenten steunt 79 procent die oproep. Ook bestaat brede steun voor het op langere termijn verkleinen van belastingverschillen met België en Duitsland. Dat is niet alleen van economisch belang. Van de ondernemers verwacht 91 procent dat het verdwijnen van winkels, horeca en tankstations de leefbaarheid in grensregio’s schaadt. Onder consumenten deelt 82 procent die zorg.

De ondernemersorganisaties roepen het kabinet daarom de lasten niet verder te verhogen en de verschillen met België en Duitsland structureel mee te wegen in het belastingbeleid. “Lokale ondernemers zorgen voor werkgelegenheid, voorzieningen en levendige dorpen en wijken. Als het voor consumenten steeds aantrekkelijker wordt om hun geld over de grens uit te geven, komt zowel het ondernemerschap in de grensregio’s als die lokale basis verder onder druk te staan.”

Over het onderzoek

Kieskompas ondervroeg in juli en augustus 2026 in opdracht van MKB-Nederland en VNO-NCW 767 ondernemers in de sectoren cultuur, sport en recreatie, horeca en groot- en detailhandel. Daarnaast namen 2.570 consumenten deel aan het onderzoek. De consumentenresultaten zijn gewogen naar onder meer geslacht, leeftijd, opleiding en regio. De resultaten zijn door Panteia geanalyseerd. De genoemde omzetgevolgen zijn inschattingen van ondernemers.

*Betrokken organisaties: MKB-Nederland, Koninklijke Horeca Nederland (KHN), Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), Vakcentrum, Raad Nederlandse Detailhandel (RND), Koninklijke INRetail, Nederlandse Brouwers, CRAFT, SpiritsNL, KNVW, Koninklijke Slijters Unie, Drive Nederland, NSO Retail, Vereniging van de Nederlandse Groothandel in Dranken en Horecabenodigdheden (GDH), Vereniging Drankenhandel Nederland, Ondernemend Nederland, Nederlandse vereniging Frisdranken, Waters, Sappen (FWS), Hiswa-Recron, VNO-NCW.

accijnzenconsumentenduitse grens