8 SEP, 2026 • Column
Wet markt en overheid: hoog tijd voor een gelijk speelveld
Woensdag debatteert de Tweede Kamer eindelijk over de aanscherping van de Wet markt en overheid. Die wet moet ondernemers beschermen tegen oneerlijke concurrentie met de overheid, maar werkt onvoldoende.
De wet kent een eenvoudig uitgangspunt: als een overheid producten of diensten op de markt aanbiedt, moet zij zich aan spelregels houden. Zo moet zij ten minste de integrale kosten doorberekenen. Daarmee wordt voorkomen dat overheden met publieke middelen, vaak onder de kostprijs, concurreren met ondernemers die hun rekening wél zelf moeten betalen.
Algemeen belang?
Maar de wet kent een groot gat. Zodra een overheid een economische activiteit tot ‘algemeen belang’ verklaart, gelden de gedragsregels niet meer. Wat als uitzondering is bedoeld, wordt te vaak als ontsnappingsroute gebruikt.
Veel van de bekende algemeenbelangbesluiten dateren uit 2014, toen de overgangstermijn van de wet afliep. Ze zijn nooit herzien, terwijl zowel de markt als de overheid sindsdien sterk kan zijn veranderd. Misschien bestond er destijds geen privaat aanbod, maar inmiddels wel. Bovendien bieden overheden, onder hetzelfde besluit, inmiddels heel andere diensten aan, of hebben hun dienstverlening uitgebreid naar omliggende gemeenten.
Soms gaat de overheid nog verder en maakt zij op haar website reclame voor haar eigen marktdiensten. Dezelfde overheid bepaalt dan de regels, financiert het aanbod en leidt potentiële klanten naar de eigen dienst. Van een gelijk speelveld is dan weinig sprake.
Transparantie en gesprekken met de markt
Het wetsvoorstel waarover deze week gedebatteerd wordt, scherpt de procedure aan. Het verplicht overheden hun besluiten beter te motiveren, ondernemers vooraf te raadplegen en ieder besluit ten minste eens per vijf jaar opnieuw te bekijken. Dit verhindert overheden niet om het algemeen belang te dienen. Het vraagt wel dat zij aantonen waarom afwijken van de spelregels noodzakelijk is en de nadelige gevolgen voor de markt zoveel mogelijk beperken.
Transparantie is daarbij onmisbaar. Ondernemers kunnen alleen reageren als zij weten dat een besluit wordt voorbereid. Maak voorgenomen en definitieve algemeenbelangbesluiten daarom landelijk vindbaar in een centraal register, liefst met automatische berichtgeving. Dat verlaagt de zoeklast en voorkomt dat relevante ondernemers buiten beeld blijven.
Een overheid die de markt betreedt moet kunnen uitleggen waarom. Woensdag kan de Kamer ervoor zorgen dat die vanzelfsprekendheid eindelijk in de wet wordt verankerd.
Gaby Hoof,
Strategisch beleidsadviseur aanbesteding en mededinging