Branchevereniging aan het woord: ProVoet, de branchevereniging voor de pedicure

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
07-07-2022

In deze serie komen de brancheleden van MKB-Nederland en VNO-NCW aan het woord. Deze week directeur Ron Verschuren van branchevereniging ProVoet.

 

Vertel eens over uw brancheorganisatie.

“Wij zijn zo goed als de enige branchevereniging voor voetverzorging in Nederland en vertegenwoordigen 98 procent van alle georganiseerde pedicures. Vrijwel al onze leden, dat zijn er zo’n 11.500, zijn zzp’ers. Verder is onze branche zeker niet alleen cosmetisch, zoals nog wel eens wordt gedacht. Ons werk bestaat uit drie onderdelen: de medische pedicure, persoonlijke verzorging, en de cosmetische tak. Die eerste twee vormen samen het overgrote deel van het aanbod.”

 

Hoe lang bent u al directeur en wat is uw achtergrond?

“Ik werk nu zes jaar als directeur bij ProVoet en heb een achtergrond in de zorgverzekeringswereld. Lange tijd heb ik bij verzekeraar CZ gewerkt en in die tijd heb ik me ook beziggehouden met de oprichting van VECOZO, een portaal dat zorgt voor veilige uitwisseling van administratieve gegevens in de zorg. Daarna heb ik nog een aantal jaar gewerkt als kantoordirecteur bij een accountants- en advieskantoor, maar de zorg bleef trekken. Vandaar dat ik hierna via zorgverzekeraar VGZ bij ProVoet terecht ben gekomen.”

 

Wat zijn actuele kwesties en belangrijke lobbypunten voor jullie?

“De pedicure is geen geregistreerd of beschermd beroep. Wij werken daarom aan het zichtbaar maken van professionaliteit door te werken aan kwaliteitsprotocollen en richtlijnen voor onze leden. Daarnaast werken we aan het erkend krijgen van onze positie in de zorg. Tijdens de lockdown konden we ons beroep niet uitoefenen omdat we werden gezien als een niet-medisch contactberoep. Net zoals de kapper. Na de lockdown heb ik een onderzoek laten uitvoeren om de gevolgen in kaart te brengen. Een ingroeiende teennagel is niet meteen erg, maar wordt dat wel als er niets gebeurt. In extreme gevallen heeft het gemis aan pedicures zelfs geleid tot amputaties.

Een ander belangrijk punt is dat medisch noodzakelijke voetzorg amper vergoed wordt als dit bij een pedicure gebeurt. Dat is jammer, want goede voetzorg voorkomt veel zorgkosten later in de eerste- of tweedelijnszorg. Bij zorgverzekeraars staat de pedicure helaas onvoldoende op het netvlies, dat weet ik uit mijn eigen werkervaring.”

 

Hoe ziet u de toekomst van uw branche?

“Die zie ik positief in. We hebben natuurlijk wel te maken met een dubbele vergijzing. Ons ledenbestand vergrijst, waardoor de pedicure inmiddels al een kansberoep is. Tegelijkertijd komt er meer vraag van onze klanten. Dat is een uitdaging, maar geeft ook kansen. Van oudsher is de pedicure een mbo-beroep waarnaar mensen zich op latere leeftijd laten omscholen. Wij zetten ons ook in voor meer gespecialiseerde opleidingen. Zo is onlangs de specialisatie medisch pedicure oncologie gestart op niveau mbo-5. Die kant gaan we steeds meer op.”  

 

En van de branchevereniging?

“Ook de toekomst van de branchevereniging zie ik positief tegemoet. De coronatijd heeft alle brancheverenigingen wel een boost gegeven, heb ik gemerkt. Het blijft een gesprekspartner die voor je opkomt en die voor je kan organiseren.”

 

Waarom zijn jullie lid van VNO-NCW?

“Voor ons geldt daarbij eigenlijk hetzelfde als voor onze leden. Het belang van ons lidmaatschap is dat een organisatie ons kan vertegenwoordigen en als gesprekspartner kan optreden. Als wij bellen met VNO-NCW met een vraag, dan krijgen wij altijd een antwoord, of er is iemand die met ons kan meedenken.”

 

Met welke branchedirecteur zou u weleens een dagje willen ruilen en waarom?

“Elke branche heeft wel iets interessants, dus ik vind het moeilijk kiezen. Maar dan zou ik toch gaan voor de directeur van Zorgverzekeraars Nederland, Petra van Holst. Enerzijds natuurlijk vanwege mijn achtergrond, maar ook om de pedicure daar op de kaart te kunnen zetten. Dat is namelijk echt een gemiste kans.”