28 APR, 2026
Besluit chartaal betalingsverkeer
Graag maakt MKB-Nederland, lid van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer, gebruik van de mogelijkheid om te reageren op het concept-Besluit Chartaal Betalingsverkeer.
Voor ondernemers met een toonbank is betalingsverkeer een vitale infrastructuur. Veilig en betaalbaar contant geld kunnen afstorten en opnemen- zonder limieten-, in de nabijheid van de toonbank, zonder verstoringen door bijvoorbeeld kapotte geldautomaten of gebrek aan personeel bij geldtransportondernemingen, zijn essentiële voorzieningen om te zorgen dat consumenten met contant geld kunnen betalen, als alternatief voor pinnen of andere betaalmogelijkheden. En het stelt de ondernemer in staat om verplichtingen aan bijvoorbeeld leveranciers of personeel na te komen.
Betalingsverkeer is niet kosteloos. De gekozen uitzonderingen voor gebruikers van het betalingsverkeer maakt dat de kosten uiteindelijk worden doorberekend aan de zakelijke betaalrekeninghouders, de ondernemer met een toonbank. Deze winkelier verkeert echter in de onmogelijke positie om die kosten aan haar klant door te berekenen.
Wij zijn verheugd in dit Besluit de beloofde maximering van de tarieven van dienstverlening van het opnemen en storten van munten en bankbiljetten in euro’s terug te zien. Daarbovenop komt ook een automatische indexering. De erkenning door de overheid dat betalingsverkeer onderdeel is van de vitale maatschappelijke infrastructuur billijkt o.i. echter ook een evenredige bijdrage aan het kosten van het onderhouden van deze infrastructuur door de overheid.
Verder is het goed te zien dat het Besluit eigenlijk de afspraken en de normen die we eerder met elkaar maakten in het Convenant Contant geld vastlegt in een besluit. Het formaliseert een werkwijze en afspraken die al enige tijd worden gevolgd.
Ten aanzien van het voorgestelde Besluit hebben wij een aantal opmerkingen en suggesties:
- De kosten voor de contant-geld-infrastructuur moeten eerlijk verdeeld worden. Door de erkenning dat betalingsverkeer onderdeel is van de vitale maatschappelijke infrastructuur is het niet meer dan logisch dat de overheid een substantiële financiële bijdrage levert. Er moet toegewerkt worden naar een evenwichtige verdeling van de kosten tussen toonbankinstellingen, banken en de overheid. Daarbij moet worden geborgd dat de lasten voor ondernemers betaalbaar blijven, omdat zij deze kosten niet kunnen doorberekenen aan hun klanten. Daarom stellen wij voor om de jaarlijkse indexatie van tarieven voor zakelijke betaalrekeninghouders tijdelijk niet toe te passen totdat een evenwichtige kostenverdeling is gerealiseerd.
- Veiligheid voor ondernemers en hun werknemers moet geborgd worden. Voor ondernemers is contant geld altijd gevaarlijk en fraudegevoelig. Dit leidt ook tot risico’s voor de 1,5 mln. mensen die werken bij winkels, horeca, tankstations etc. We benadrukken het belang om veiligheid serieus mee te wegen in het gehele beleid voor contant geld in de nu diverse voorliggende voorstellen waaronder het Europese voorstel voor cash acceptatieplicht.
- Maak toepassing van innovaties mogelijk door de evaluatieperiode te verkorten. Om de proportionaliteit van alle regels tijdig te evalueren is in het Besluit o.i. terecht een evaluatie opgenomen. Echter, de innovatieve ontwikkelingen gaan dermate snel dat een driejaarlijkse evaluatie i.c.m. de benodigde tijd voor aanpassing van het Besluit, het inbedden van innovaties die veiligheid en betaalbaarheid kunnen verbeteren niet zorgt voor een snelle toepassing van innovaties. Wij bepleiten een hogere frequentie van de evaluatie én om in die evaluatie een grondig kostenonderzoek mee te nemen, zoals die eerder zijn uitgevoerd door McKinsey[1] en Panteia[2]. Slechts een controle of normen worden behaald, is onvoldoende om te kunnen blijven onderbouwen waarom ingrijpen in de markt noodzakelijk is.
Tot slot, in de huidige wereld met geopolitieke uitdagingen werken alle partners in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) aan het vergroten van de weerbaarheid van gebruikers, de infrastructuur en de toepassingsmogelijkheden. Contant geld biedt sommige stakeholders op dit moment een geruststellend alternatief en wordt gezien als default terugvaloptie. Helemaal terugvallen op contant geld is niet mogelijk. Daarom werken we in het MOB ook aan een digitale, offline terugvaloptie. Verder komt de digitale euro ook met een offline variant. Het is juist de optelsom van deze innovaties die samen met de chartale infrastructuur het betalingsverkeer robuust maken. Tevens zien we dat DNB, Brinks, Geldmaat en de banken samenwerken aan een weerbaardere chartale infrastructuur. Daarvoor is het ook noodzakelijk om voldoende ruimte te blijven bieden nieuwe oplossingen, al dan niet van tijdelijke aard in geval van nood zoals bij plofkraken. Wij laten het aan DNB over om eventueel daarvoor minimumnormen vast te leggen in een afsprakenkader of wellicht uiteindelijk in een volgende versie van dit Besluit.
Bovenstaande punten hebben we in de bijlage nader uitgewerkt. Wij danken u voor deze consultatie en zijn graag bereid om deze reactie nader toe te lichten in een persoonlijk gesprek. Hiervoor kunt u contact opnemen met Petra Tiel: tiel@vnoncw-mkb.nl.
Bijlage
- De kosten voor de contant-geld-infrastructuur moeten eerlijk verdeeld worden
Een substantieel deel van de kosten voor contant geld wordt inmiddels gedragen door toonbankinstellingen[3].
De kosten per transactie nemen elk jaar toe, en zijn veel hoger dan pinnen
Het gebruik van contant geld door klanten aan toonbanken neemt trendmatig af. Het aantal transacties met contant geld aan een toonbank is teruggelopen van 2,4 miljard transacties in 2017 (40% van alle transacties) naar 1,15 miljard in meetjaar 2023[4] (19% van alle transacties.
De kosten nemen snel toe. In 2017 kostte een contante transactie nog €0,29 per transactie. In 2023 was dat al €0,61 per transactie[5]. Ter vergelijking: een pintransactie kost sinds 2017 stabiel rond de €0,17 per transactie.
Op dit moment spenderen toonbankondernemers ruim € 1,74 miljard per jaar[6] aan ‘betalingsverkeer’, waarvan €709 miljoen aan contant geld; slechts 19% van alle transacties en 16% van de omzet aan de toonbank, maar wel 41% van de kosten. Bijna 80% van de kosten zijn overigens interne kosten, zoals tellen van de kassa, bewaking, afschrijving kluis en handlingkosten. De kosten die banken en waardevervoerders in rekening brengen aan de winkelier komen daar nog bij.
Winkeliers en andere ondernemers met een toonbank hebben begrip voor het feit dat het contant geld nu en in ieder geval nog de komende jaren een significante maatschappelijke functie heeft voor kwetsbare groepen in onze maatschappij. Daarom wordt aan 96% van alle Nederlandse toonbanken nog steeds contant geld geaccepteerd.
Het gaat om serieus geld, alleen al voor Toonbankinstellingen meer dan 700 mln. euro per jaar
Van de € 709 miljoen euro die toonbankondernemers in 2023 uitgaven aan contant geld, werd €149 miljoen uitgegeven aan externe kosten, zoals afstorten/ bancaire diensten en professioneel waarde transport en €560 miljoen aan interne kosten, zoals handling aan de kassa zelf, handling in de backoffice (tellen), eigen geldtransport en beveiliging. Dit bedrag is exclusief de toerekening van algemene beveiligingskosten en bijvoorbeeld de kosten van slachtofferhulp en personeelsuitval na overvallen.
Kosten kunnen en mogen niet doorberekend worden aan de consument.
Ondernemers mogen aan de kassa de keuze van de consument niet meer sturen of iets in rekening brengen. Daardoor weten toeleveranciers dat ondernemers kosten moeten accepteren en dat ze niets kunnen doorberekenen. Dat biedt geen onderhandelingsruimte omdat er geen keuze is van bank, noch van waardetransporteur.
De kosten zijn verder gestegen door de huidige marktontwikkelingen, zoals inflatie, veiligheid, hogere bankkosten, stijging van loonkosten bij beveiliging en banken en AML-maatregelen. De gemaakte kosten kan de ondernemer, anders dan het ministerie zich voorstelt, niet doorberekenen aan haar klanten. Dit blijkt onder andere uit onderzoek
https://www.mkb.nl/nieuws/meerderheid-ondernemers-kan-gestegen-kosten-niet-doorberekenen
Publiek belang vraagt eerlijk delen van de kosten
De ondernemer voelt zich beknelt tussen het maatschappelijke belang voor een inclusieve infrastructuur en de markt die een zeer beperkt aantal aanbieders van bankrekeningen kent. Indien het publieke belang zwaar weegt, mag dat ook terug te zien zijn in bijvoorbeeld de publieke bijdragen aan deze vitale infrastructuur. De overheid bepaalt dat banken de chartale infrastructuur moeten betalen en dat die zelf moeten regelen dat particuliere en zakelijke klanten dat betalen óf dat het ten laste van de winst komt. Dat is opmerkelijk als in de Memorie van Toelichting staat dat het betalingsverkeer een vitale maatschappelijke infrastructuur is. Dat rechtvaardigt o.i. weldegelijk een publieke bijdrage aan de kosten. Wij stellen voor dat op termijn de 3 betrokken partijen ieder een gelijk deel betalen: toonbankinstellingen, banken en de maatschappij. Dat betekent dat de in het Besluit opgenomen jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de consumentenprijsontwikkeling de komende periode bevroren wordt een evenwichtige kostenverdeling is gerealiseerd.
- Veiligheid voor ondernemers en hun werknemers moet geborgd worden
Voor ondernemers is contant geld altijd gevaarlijk en fraudegevoelig. Dit leidt ook tot risico’s voor de 1,5 mln. mensen die werken bij winkels, horeca, tankstations etc. We benadrukken het belang om veiligheid serieus mee te wegen in het gehele beleid voor contant geld in de nu diverse voorliggende voorstellen waaronder het Europese voorstel voor cash acceptatieplicht en de voornemens voor uitzonderingen daarop middels de zgn. Lidstaatoptie.
WWFT
In het kader van het tegengaan van witwassen wordt door poortwachters o.a. gefocust op transacties met contant geld. Dit levert veel administratieve lasten op bij ondernemers.
EU-voorstel: acceptatieplicht van eurocontanten als wettig betaalmiddel
Op 28 juni 2023 jl. heeft de Europese Commissie drie wetgevingsvoorstellen gepubliceerd die ook grote gevolgen hebben voor een chartale basis infrastructuur. Met name het Europese voorstel voor de acceptatieplicht van eurocontanten als wettig betaalmiddel lijkt het voorliggende Nederlandse voorstel te kunnen beïnvloeden door de ruime bevoegdheden die de Europese Commissie wordt toegedicht en algehele afwezigheid van begrip voor veiligheid voor toonbank ondernemers en hun personeel.
Wij vragen u te borgen dat er uitzonderingen worden opgenomen in het EU-voorstel zodanig dat ondernemers die omwille van de veiligheid nu met pin-only werken dat ook in de toekomst kunnen blijven doen.
- Innovatieve ontwikkelingen stimuleren
Betalingsverkeer kent een grote dynamiek en ook de snelheid van innovatieve ontwikkelingen hebben invloed op de manier van betalen door de consument aan de kassa, op veilig en bereikbaarheid in het betalingsverkeer. Deze innovaties dragen in grote mate bij aan de efficiëntie en betaalbaarheid van ons betalingsverkeer. Een evaluatie is nu terecht opgenomen in het besluit.
Eerder stelde het eerste McKinsey CITO onderzoek uit 2021 al dat er een tijdperk zal ontstaan waarbij cashafhankelijken voldoende tijd en mogelijkheden hebben gekregen om mee te kunnen blijven doen in de (digitale) maatschappij en contant geld een nicheproduct zou kunnen worden. Nieuwe innovaties die inclusie stimuleren moeten ook de mogelijkheid krijgen om worden ontwikkeld.
Wij zien echter een evaluatie één keer in de drie jaar met daarbovenop de benodigde tijd om een nieuw Besluit voor te leggen als onvoldoende snel om daadwerkelijk gebruik te kunnen maken van innovaties in het betalingsverkeer.
Wij bepleiten een hogere frequentie van de evaluatie én om in die evaluatie een grondig kostenonderzoek mee te nemen, zoals die van McKinsey en Panteia. Slechts een controle of normen worden behaald, is onvoldoende om te kunnen blijven onderbouwen waarom ingrijpen in de markt noodzakelijk is.
[1] Onderzoek naar de kosten en baten van het betalingsverkeer voor financiële instellingen 2021
[2] Contante toonbankbetalingen duurder geworden voor ondernemers – Panteia (NL)
[3] Het McKinsey rapport “De toekomst van de chartale infrastructuur van Nederland” uit 2021 toonde eerder aan dat de kosten tussen 950
mln.-1 miljard euro liggen waarvan toonbankinstellingen 603 miljoen euro betalen.
[4] De Nederlandse toonbankondernemers laten elke drie jaar door Panteia een onderzoek uitvoeren naar de kosten van het Nederlandse
betalingsverkeer (https://www.betaalvereniging.nl/wp-content/uploads/Kosten-van-toonbankbetalingsverkeer-2023.pdf). De laatste
meting was in 2024 met al meetjaar 2023. Sommige data, zoals aantallen transacties, worden elk jaar gepubliceerd op de site van de
Betaalvereniging (https://factsheet.betaalvereniging.nl/#betalen-aan-de-toonbank).
[5] Kosten-van-toonbankbetalingsverkeer-2023.pdf Toenemend kostenverschil tussen pinnen en contant aan de toonbank – Betaalvereniging Nederland
[6] https://www.betaalvereniging.nl/wp-content/uploads/Kosten-van-toonbankbetalingsverkeer-2023.pdf, blz. 51.