14 JAN, 2026 • 2026-01-14T15:21:38+01:00 • [object Object]
Inbreng VNO-NCW/MKB-Nederland inzake begroting Ministerie van Justitie en Veiligheid 'Een weerbare economie voor een veilig Nederland'
Inbreng begrotingsbehandeling ministerie van justitie en veiligheid 2026
Een weerbare economie voor een veilig Nederland
14 januari 2026
In de week van 26 januari 2026 behandelt u de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Ter voorbereiding geven ondernemingsorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland u graag enkele aandachtspunten mee.
Dit doen we vanuit de visie dat Nederland een weerbaar en veilig land moet zijn dat ook voor toekomstige generaties brede welvaart garandeert. Dat vraagt om een sterke, duurzame, sociale én concurrerende economie. Ons land heeft daarvoor alles in huis, maar staat voor grote uitdagingen. Zowel in eigen land als in Europa moeten we met urgentie aan de slag, zeker gezien de geopolitieke en technologische ontwikkelingen. De komende jaren moeten investeringen centraal staan: van de overheid én van bedrijven, die daartoe in staat moeten worden gesteld. Als investeringen stilvallen, zetten we onze toekomstige welvaart maar óók onze weerbaarheid en veiligheid op het spel.
De begroting van het Ministerie van JenV is van groot belang voor het bedrijfsleven omdat goed functionerende rechtshandhaving, veiligheid en fysieke en digitale weerbaarheid directe voorwaarden scheppen voor een stabiel investeringsklimaat en duurzame economische groei die nodig zijn voor de weerbaarheid van onze samenleving en economie. Immers, de weerbaarheid van Nederland en onze militaire slagkracht, staan of vallen met een sterke, duurzame, sociale én concurrerende economie. Daarom geven we u graag de volgende aandachtspunten mee:
- Maak extra middelen vrij voor realisatie van de weerbaarheidsopgave in het licht van de hybride en militaire dreiging
De opgave om tot een weerbare maatschappij én economie te komen is omvangrijk en vraagt om daadkracht, zichtbare coördinatie, samenhang, publiek-private samenwerking en bovenal additionele lange termijn (financiële) middelen. Het afgelopen jaar heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat zonder extra middelen de opgave niet kan worden gerealiseerd. Dit wordt bevestigd in de recente kamerbrief over weerbaarheid van eind 2025. Met de toenemende dreiging en spanning, moeten we vanuit bewustwording, planvorming en het verkennen van maatregelen nu écht een volgende stap zetten: investeren in onze weerbaarheid. VNO-NCW en MKB-Nederland verwachten dat het nieuwe kabinet substantieel extra middelen vrijmaakt voor het realiseren van de opgave. Hierbij moeten met prioriteit de volgende vijf randvoorwaarden voor een weerbare economie – en daarmee ook een weerbare maatschappij én versterking van de militaire paraatheid – worden gerealiseerd:
- Een publiek-privaat informatie- en alerteringssysteem voor vitale aanbieders gericht op fysieke dreigingen, incl. concrete handelingsperspectieven aan bedrijven;
- Bescherming van vitale objecten (ook vanuit de lucht) én van de Noordzee-infrastructuur, zoals datakabels, energieverbindingen en offshore-installaties;
- Versterking van de weerbaarheid – en met name het herstelvermogen – van vitale processen, met in het bijzonder van de digitale infrastructuur en energie infrastructuur inclusief grensoverschrijdende verbindingen;
- Versterking van de fysieke infrastructuur voor dual-use projecten op water, weg, spoor en de lucht conform NAVO-vereisten voor militaire en civiele inzetbaarheid;
- Versterking van de weerbaarheid van het mkb, via bewustwording en gerichte fiscale of subsidieregelingen voor basis-weerbaarheidsmaatregelen.
- Breng de whole-of-society-aanpak bij realisatie van de weerbaarheidsopgave in de praktijk
Naast extra middelen is het zaak dat de veel genoemde whole-of-society-aanpak in de praktijk wordt gebracht. Publiek-private samenwerking (PPS) is onmisbaar, in alle fases van de veiligheidsketen, en werkt twee kanten op. Host nation support kan alleen voorbereid en gerealiseerd worden in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven staat ‘aan’ en wil haar maatschappelijke bijdrage leveren maar is afhankelijk van informatie vanuit het Rijk over o.a. gevraagde capaciteiten zodat ze daarop tijdig kan anticiperen. Die informatie wordt omwille van vertrouwelijkheid niet tot nauwelijks verstrekt. Dit zet een rem op PPS en daarmee realisatie van de weerbaarheidsopgave. Maak gebruik van de innovatiekracht en de ondernemersgeest van ondernemers en bedrijven, en zorg voor zichtbare coördinatie (waar kunnen bedrijven terecht die een bijdrage willen leveren) en inzicht in waar bedrijven zich op moeten voorbereiden.
Ook tijdens een (dreigende) grootschalige crisis is PPS noodzakelijk. Inbreng van het georganiseerde bedrijfsleven over de haalbaarheid van maatregelen, impact en keteneffecten op de economie én de maatschappij draagt bij aan een geïntegreerde en daarmee effectievere crisisaanpak. PPS moet in Nederland een vanzelfsprekendheid worden, met inachtneming van ieders taak en verantwoordelijkheid.
- Neem wettelijke obstakels weg bij de noodzakelijke informatiedeling tussen overheid en bedrijven over dreigingen en kwetsbaarheden
In deze tijd van hybride dreiging vanuit statelijke actoren is het essentieel dat (vitale)bedrijven structureel worden voorzien van inlichtingeninformatie over digitale- én fysieke dreigingen en kwetsbaarheden. Zo ook over leveranciers van diensten en producten uit risicolanden zodat bedrijven hun primaire verantwoordelijkheid voor de beveiliging en continuïteit van hun processen en diensten kunnen nemen. Zonder deze essentiële informatie kunnen zij niet gericht (tegen)maatregelen nemen. Dit brengt niet alleen risico’s voor de continuïteit van vitale diensten met zich mee, maar kan ook leiden tot ingrijpen van de overheid in bedrijfsprocessen dat door goede en tijdige informatievoorziening voorkomen had kunnen worden.
Neem wettelijke obstakels in informatiedeling weg, zet in op de-rubricering van inlichtingeninformatie zodat informatie wél gedeeld kan worden, en intensiveer de samenwerking tussen inlichtingendiensten en (vitale) bedrijven.
- Kom tot een scherpe afbakening van het 1,5% deel van de nieuwe NAVO-norm: economie als fundament van militaire paraatheid
Ook internationaal is afgesproken dat er geïnvesteerd moet worden in bredere weerbaarheid en veiligheid. Tijdens de NAVO-top van 2025 is overeengekomen dat de defensienorm richting 2035 stijgt van 2% naar 5% van het bbp: 3,5% voor militaire slagkracht en opschaling van de defensie-industrie, en 1,5% voor maatschappelijke en economische weerbaarheid. Het demissionaire kabinet laat de nationale doorvertaling en invulling van de nieuwe 1,5%-norm, inclusief de financiële consequenties, over aan het nieuwe kabinet.
VNO-NCW en MKB-Nederland pleiten voor een duidelijke koppeling tussen de 1,5% en de 3,5%-norm. D.w.z. dat het 1,5%-deel wordt ingezet voor realisatie van de randvoorwaarden voor militaire paraatheid, te weten, behoud van een sterke (basis)industrie in Nederland én het realiseren van een weerbare economie bij hybride dreigingen en in crisissituaties (zie punt 1). Beide zijn noodzakelijk voor het opschalen van de defensie-industrie en het duurzaam invullen van de militaire behoeftestelling.
- Cybersecurity: borg ondersteuning aan het mkb, en voorkom onnodige regeldruk
Cybersecurity is een economische en maatschappelijke prioriteit voor ondernemend Nederland. De bescherming van bedrijven tegen digitale dreigingen is een randvoor-waarde voor een stabiel investeringsklimaat en het functioneren van vitale en niet-vitale sectoren. Cybercriminaliteit en statelijke cyberdreigingen veroorzaken jaarlijks miljarden euro’s aan schade, en raken in toenemende mate ook het mkb. Wij pleiten voor:
- Borg binnen de dienstverlening van het nieuwe Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) de werkwijze van het oude Digital Trust Center, te weten, praktische adviezen, tools en concrete acties voor het mkb. Daarnaast dient het NCSC ook een regierol te pakken in de ondersteuning van het mkb bij cyberincidenten. Dit vraagt om één centraal meldpunt, basisadvisering en doorverwijzing naar erkende en gecertificeerde incidentresponsdienstverleners.
- Voorkom onnodige regeldruk bij implementatie van de NIS2-richtlijn via de Cyberbeveiligingswet. Dit vraagt om een proportionele classificatie van wanneer bedrijven onder de reikwijdte van de NIS2 vallen, heldere samenwerkingsafspraken tussen toezichthouders waaronder de aanwijzing van één regie voerend toezichthouder per bedrijf, de inrichting van één centraal meldloket en één meldformulier voor alle wettelijke meldplichten, de mogelijkheid voor groepsregistraties en -meldingen, en proportionele drempelwaardes voor de meldplicht van bedrijven met focus op continuïteit c.q. leveringszekerheid.
- Realiseer met prioriteit het Cyclotron-platform en het Cyberweerbaarheidsnetwerk, dat de structurele informatie-uitwisseling over cyberdreigingen tussen overheid, inlichtingendiensten en bedrijven moet verbeteren (zie ook punt 3)
- Maak digitaal aangifte van cybercriminaliteit voor ondernemers mogelijk. Dit zorgt voor meer informatie bij de overheid, meer mogelijkheden voor repressieve aanpak en verhoging van aangiftebereidheid bij ondernemers.
- Ga criminele dreiging effectiever en efficiënter tegen
Ondernemers worden geconfronteerd met uiteenlopende vormen van criminaliteit, waaronder ondermijning, georganiseerde misdaad, fraude en geweld. De steeds nauwere verwevenheid van fysieke en digitale criminaliteit raakt direct aan investeringsbereidheid en maatschappelijke stabiliteit.
Een effectieve aanpak vraagt om structurele PPS, met het Ministerie van JenV als coördinator. Wij verwachten samenhang tussen preventie, signalering, opsporing en afdoening, waarbij signalen van ondernemers leiden tot zichtbaar en effectief optreden in de gehele keten. Dat geldt voor klassieke vormen van criminaliteit maar ook voor cybercrime en online fraude (gedigitaliseerde criminaliteit). Publiek-private structuren zoals de Platforms Veilig Ondernemen spelen hierin een cruciale rol en vragen om structurele ondersteuning en continuïteit.
Bij de aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit is het essentieel deze hybride aard integraal te benaderen, onder meer waar digitale infrastructuren en logistieke ketens samenkomen. Snelle en adequate opvolging van meldingen vergroot het vertrouwen van ondernemers in de overheid en versterkt de meldbereidheid. Dit vergt dat politie en ketenpartners hiervoor voldoende zijn toegerust qua capaciteit, expertise en middelen. Effectieve bestrijding van criminele geldstromen vraagt daarbij om betere gegevensdeling, duidelijke regie en intensieve PPS.
- Borg adequate financiering van Regulatory sandboxes
De AI Act legt de verplichting op aan lidstaten om te zorgen dat de bevoegde AI toezichthouders gezamenlijk een zgn. regulatory sandbox opzetten, onderhouden en uitvoeren. Het voordeel van een regulatory sandbox is dat de betrokken toezicht-houders moeten samenwerken. Vanuit hun verschillende invalshoeken moeten ze tot eenduidige adviezen en een eenduidig oordeel komen. Dit moet gebeuren vanuit een lerende aanpak en in nauwe dialoog met de betrokken bedrijven, én ter bevordering van innovatie op verantwoorde AI.
Om dit daadwerkelijk te bewerkstelligen is het van belang dat de overheid voldoende middelen hiervoor op structurele basis toekent. We verzoeken de Minister van rechtsbescherming (van een van de drie eerstverantwoordelijke ministeries ter zake de AI Act en als verantwoordelijke voor de financiering van de Autoriteit Persoonsgegevens/ Directie Coördinatie Algoritmes) om hier in adequate mate aan tegemoet te komen.
- Alloceer een deel van het budget voor Autoriteit Persoonsgegevens (AP) t.b.v. preventief toezicht
De vorm van toezicht heeft grote invloed op innovatie en concurrentiekracht. Er moet een goede balans zijn tussen de bescherming van persoonsgegevens en het maatschappelijke nut van het verwerken van persoonsgegevens. Dit vraagt om een toezichthouder die zowel oog heeft voor de kansen als de risico’s van het verwerken van persoonsgegevens, ofwel, risicogericht toezicht volgens het principe: ‘Zacht waar het kan, hard waar het moet’. In Nederland zien we een grote mate van handelings-verlegenheid om persoonsgegevens te verwerken. Om de handelingsverlegenheid te verminderen, is het belangrijk dat naast punitieve handhaving (doen van onderzoek en het opleggen van maatregelen zoals last onder dwangsom en boetes) ook voldoende aandacht is voor preventief toezicht. Hieronder verstaan we het faciliteren van praktische online implementatie instrumenten, het voeren van een open constructieve dialoog met het bedrijfsleven (groot en klein), het regelmatig monitoren van de uitvoerbaarheid van de verplichtingen en het geven van vraag gestuurde voorlichting. In het rapport van de werkgroep regeldrukreductie AVG van het Ministerie van Economische Zaken staan meerdere suggesties voor praktische online implementatie tools. Met name het mkb heeft behoefte aan deze praktische ondersteuning die duidelijk maakt “hoe het kan” in plaats van “hoe het niet mag”. We verzoeken de Minister van Rechtsbescherming om een adequaat deel van de financiële middelen die worden toegekend aan de AP specifiek te alloceren voor de uitvoering van voornoemde preventieve toezichtstaken door de AP.
- Verhoog en borg subsidie aan De Geschillencommissie – alternatieve geschillenoplossing
De Geschillencommissie vervult al ruim 50 jaar een grote maatschappelijke behoefte aan een laagdrempelig, kwalitatief hoogwaardig en eenvoudig alternatief voor de gang naar de rechter en verlaagt daarmee de druk op de rechterlijke macht. We maken ons zorgen over het behoud van het stelsel als de subsidie niet wordt verhoogd en geborgd.
De SER heeft in 2023 een advies uitgebracht over de houdbaarheid van het stelsel van geschillenoplossing in Nederland. De SER adviseert de subsidie te verhogen om de niet-zaak gerelateerde kosten te dekken om de continuïteit goed te borgen. In de begroting zien we echter een verlaging van de subsidie aan De Geschillencommissie. Niet duidelijk is waarom deze bezuiniging verantwoord is. Bovendien is de verlaging niet in overeenstemming met de toezegging van de staatssecretaris om het subsidieniveau van 2024 te bestendigen voor de komende jaren. Dit n.a.v. het aangenomen amendement van Kamerleden Van Nispen en Ellian. Om de continuïteit van de belangrijke werkzaamheden te borgen, is een structurele borging van de subsidie nodig. Wij verzoeken de Minister van Rechtsbescherming om af te zien van de beoogde verlaging van de subsidie en de toezegging van de staatssecretaris na te komen. In aanvulling daarop, verzoeken wij de Minister voor Rechtsbescherming om in gezamenlijkheid met de andere relevante ministeries (zoals het Ministerie van VWS) het SER advies op te volgen en de subsidie te verhogen tot een totaalbedrag van 3,4 miljoen om de iet-zaak gerelateerde (overheadkosten) te dekken. De dekking voor de bijdrage van het Ministerie van JenV kan gezocht worden in de post ‘nog onverdeeld’ en/of in de bijdrage aan de rechterlijke macht.
- Voer een brede evaluatie uit naar de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (Wamca) incl. de impact op het vestigingsklimaat
VNO-NCW en MKB-Nederland zijn vanwege de efficiëntievoordelen voorstander van een collectieve procedure voor consumentenzaken. Echter, het systeem van collectieve acties in Nederland is ruimer dan de regelingen in andere landen (EU, UK) met als gevolg beduidend meer collectieve acties in Nederland met claims die in de miljarden lopen. Dit verstoort de concurrentiepositie en heeft nadelige impact op het Nederlands vestigingsklimaat.
Collectieve acties zijn vaak gefinancierd door buitenlandse investeerders (litigation funders), voor eigen financieel gewin. Nederland wordt verkozen omdat hier een hoger rendement behaald kan worden dan elders. Buitenlandse litigation funders hebben echter geen duurzame vestiging in Nederland, zij leveren geen bijdrage aan de werkgelegenheid in Nederland, en dragen geen belasting af. Wel vormen zij een belasting op de rechterlijke macht. Het is dan ook noodzaak om het gelijk speelveld te herstellen door het Nederlands systeem van collectieve acties in lijn te brengen met dat van omringende landen. Nederland moet de nationale koppen boven op de EU Richtlijn representatieve vorderingen in consumentenzaken uit 2020 schrappen. Wij pleiten dan ook voor een bredere maatschappelijke evaluatie van de Wamca, in aanvulling op het juridische evaluatieonderzoek van eind 2025. In deze bredere evaluatie moeten de economische aspecten en gevolgen voor het vestigingsklimaat in beeld worden gebracht.
- Behoud van waarde en werkgelegenheid vraagt om balans in het insolventierecht
Het kabinet wil met de JenV-begroting 2026 de maatschappelijke schade van faillissementen beperken en zet daarbij in op extra werknemersbescherming via de Wet overgang van onderneming in faillissement (Wovof). Hierdoor schuift het faillissementsrecht echter steeds verder richting arbeidsrecht, wat wringt met het oorspronkelijke doel: efficiënte doorstarts en bescherming van schuldeisers. De voorgestelde bescherming gaat bovendien verder dan Europeesrechtelijk vereist en verstoort de balans tussen werknemersbescherming en ondernemerschap.
Zonder mitigerende maatregelen vergroot Wovof de onzekerheid voor financiers en kopers over kosten, personeel en arbeidsvoorwaarden, waardoor doorstarts – met name door externe partijen – minder aantrekkelijk worden. Dit leidt tot minder doorstarts, slechtere opbrengsten voor schuldeisers, kapitaalvernietiging en uiteindelijk geen structurele verbetering van de werkgelegenheid.
Wij pleiten daarom voor invoering van de Wet continuïteit ondernemingen I (WCO I) als primair, EU-proof instrument tegen misbruik bij pre-packs, in lijn met de Heiploeg-jurisprudentie. Indien Wovof toch wordt doorgezet, moet deze worden beperkt tot risicovolle situaties en worden gedifferentieerd naar type doorstart en verkrijger. Daarnaast zijn snelheid en rechtszekerheid voor externe partijen essentieel, moet het mkb structureel een uitzonderingspositie krijgen en moeten vervolgstappen worden gebaseerd op effectentoetsen in plaats van aannames.
Wij vragen ook aandacht voor ondernemers die door een faillissement worden geraakt en persoonlijk aansprakelijk zijn voor schulden van hun onderneming. In de JenV- begroting van 2026 wordt het belang van herstructurering benadrukt via instrumenten als de WHOA (Wet homologatie onderhands akkoord). Wij constateren dat in de begroting én in de huidige internetconsultatie van de WHOA weinig aandacht is voor ondernemers voor wie voortzetting van de onderneming niet realistisch is. Voor deze groep is de WHOA veelal te complex en kostbaar. Het ontbreken van een laagdrempelig alternatief betekent dat ondernemers die willen stoppen, langdurig vast kunnen blijven zitten in problematische schuldsituaties.
Wij pleiten ervoor dat in de verdere uitwerking van de WHOA expliciet wordt bezien hoe voor deze ondernemers beter kan worden geregeld dat zij op een ordentelijke en betaalbare wijze kunnen stoppen, zonder de noodzaak om een volledige, kostbare WHOA-procedure te doorlopen. Daarbij vragen wij opnieuw expliciete aandacht voor ondernemers met (corona)belastingschulden die persoonlijk aansprakelijk zijn en het risico lopen hun woning te verliezen. Het voorkomen van maatschappelijke schade vraagt om gerichte oplossingen voor deze groep, naast instrumenten die zijn gericht op herstructurering en doorstart.
Contact
VNO-NCW en MKB-Nederland
Referentienummer : 26-123865
Sabine Gielens
gielens@vnoncw-mkb.nl
06 – 20 31 92 64