25 SEP, 2026

Position paper voedselzekerheid

INBRENG CD VOEDSELZEKERHEID 23-09-2026
Voedselzekerheid door weerbare openheid
14 september 2026

Samenvatting

  • Voedselzekerheid gaat voor Nederland niet alleen over voldoende en betaalbaar voedsel, maar ook over een agrofoodketen die toegang houdt tot essentiële grondstoffen en bij verstoringen kan blijven functioneren. Klimaat, geopolitiek en andere verstoringen kunnen zowel de beschikbaarheid als de prijs van voedsel en grondstoffen raken.
  • Crisisparaatheid alleen is daarom niet genoeg. Weerbaarheid wordt al in normale omstandigheden opgebouwd door voldoende strategische capaciteit, een economisch gezonde en innovatieve keten, een duurzame productiebasis en toegang tot alternatieve leveranciers en markten. Nederland heeft daarbij veel te bieden aan de Europese voedselzekerheid.
  • Weerbare openheid moet daarom het leidende principe zijn: geen zelfvoorziening, maar een sterk en duurzaam Nederlands agrofoodcluster binnen open Europese en internationale markten. De inzet moet niet alleen zijn om noodzakelijke capaciteit te behouden, maar ook om Nederlandse strategische posities verder te ontwikkelen waar die de Europese weerbaarheid kunnen versterken.
  • De Strategische Agenda Voedselzekerheid moet dit concreet maken: bepaal welke capaciteit en afhankelijkheden strategisch zijn, koppel daar investerings- en innovatieopgaven aan, maak de gevolgen van beleid voor investeringsvermogen en betaalbaarheid zichtbaar, regel publiek-private crisisvoorbereiding en strategische voorraden waar nodig, en borg dat Europese en internationale handelsstromen ook tijdens verstoringen blijven functioneren.
  1. Voedselzekerheid vraagt om weerbare openheid

Voor VNO-NCW en MKB-Nederland betekent voedselzekerheid blijvende toegang tot voldoende, veilig, voedzaam en betaalbaar voedsel én een agrofoodketen die over essentiële grondstoffen en inputs beschikt en bij verstoringen kan blijven produceren, verwerken en distribueren.

Geopolitieke spanningen, klimaatverandering en extreem weer, dier- en plantziekten en uitval van energie of digitale infrastructuur kunnen de voedselketen verstoren. In Nederland worden de gevolgen vaak eerst zichtbaar in hogere kosten en prijzen;[1] bij langdurige of gecombineerde uitval kan ook de fysieke beschikbaarheid onder druk komen. Structurele weerbaarheid hangt daarbij niet alleen af van economische draagkracht, maar ook van de beschikbaarheid en kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen zoals bodem en water.

In een weerbaar voedselsysteem kunnen naast primaire productie ook essentiële inputs, kennis en voorzieningen strategisch zijn. Denk aan uitgangsmaterialen, veterinaire en fytosanitaire systemen, landbouwtechniek en technische dienstverlening, digitale infrastructuur, verwerkings- en koelcapaciteit en gespecialiseerde logistiek. Capaciteit is strategisch wanneer uitval of ernstige schaarste de voedselvoorziening wezenlijk kan verstoren en niet tijdig voldoende alternatieven beschikbaar zijn.

Het gaat daarbij niet om het aanwijzen van sectoren, maar om voldoende ketenfuncties, samenhang en kritische massa. Productie, verwerking, logistiek en gespecialiseerde toeleveranciers en dienstverlening zijn onderling afhankelijk en dragen gezamenlijk de benodigde kritische massa. Ook niet-voedselactiviteiten dragen daaraan bij: zo ondersteunt de sierteelt gedeelde kennis en infrastructuur rond veredeling, uitgangsmaterialen, plantgezondheid, technologie en logistiek.

Internationale handel en Europese samenwerking spreiden risico’s door alternatieven te bieden, maar afhankelijkheden worden kwetsbaar wanneer essentiële producten of inputs sterk geconcentreerd zijn. Een open voedselsysteem moet daarom bij verstoringen snel kunnen omschakelen naar andere leveranciers, routes, inputs of afzetmarkten.

Daarom kiezen VNO-NCW en MKB-Nederland voor weerbare openheid: combineer de voordelen van open markten met voldoende strategische capaciteit en voorbereiding op ernstige verstoringen. Nederland hoeft niet alles zelf te produceren, maar moet wel voldoende handelingsvermogen behouden wanneer delen van het internationale voedselsysteem uitvallen.

  1. Prioriteiten voor de Strategische Agenda Voedselzekerheid

De drie pijlers uit de Strategische Agenda Voedselzekerheid[2] vormen een goede basis: een veerkrachtige voedselvoorziening, het beheersen van strategische afhankelijkheden en crisisparaatheid. Hoewel de agenda primair op acute verstoringen is gericht, hangt weerbaarheid ook af van keuzes die in normale omstandigheden worden gemaakt. Vanuit weerbare openheid zien VNO-NCW en MKB-Nederland daarom vijf prioriteiten.

  • Behoud de strategische kracht van het Nederlandse agrofoodcluster

De Kamerbrief erkent terecht Nederland als productie-, verwerkings-, handels-, logistieke en kennishub binnen Europa, een positie die volgens de SER bijdraagt aan de Europese voedselvoorziening.[3]  De Strategische Agenda laat nog open welke strategische bijdrage het Nederlandse agrocluster op langere termijn aan de Europese voedsel- en grondstoffenzekerheid wil en kan leveren.

Voedselzekerheid biedt Nederland ook kansen. Met sterke posities in o.a. kennis, uitgangsmaterialen, technologie, verwerking, handel en logistiek kan Nederland bijdragen aan een weerbaarder en productiever Europees voedselsysteem. De nationale en Europese inzet op voedselzekerheid en strategische autonomie vraagt daarom niet alleen om het behoud van strategische capaciteit, maar ook om gerichte versterking van Nederlandse kennis, technologie en ketenfuncties die de Europese weerbaarheid vergroten.

Daarvoor moet duidelijk zijn welke functies en kritische massa Nederland zelf nodig heeft om die rol te kunnen blijven vervullen. Productie, verwerking, handel, logistiek, kennis en technologie zijn onderling afhankelijk: verlies van capaciteit in één schakel kan ook andere schakels verzwakken. Die samenhang zit ook in grondstoffenstromen: hoogwaardige benutting van rest- en nevenstromen tussen ketens vermindert de behoefte aan primaire grondstoffen en kan zo de weerbaarheid vergroten.

Ook de regie over internationale handelsstromen is daarbij strategisch: sterke handels- en logistieke netwerken vergroten het vermogen om bij verstoringen snel naar andere leveranciers, markten en routes om te schakelen. Wat strategisch is voor de voedselvoorziening, moet daarom doorwerken in het bredere beleid, waaronder de Agrifood Innovatieagenda en keuzes over energie, water, infrastructuur, ruimte en vergunningverlening.

Neem in de Strategische Agenda een periodieke strategische capaciteitsanalyse op die vaststelt welke ketenfuncties en kritische massa Nederland nodig heeft voor zijn rol in de Europese voedselvoorziening, waar capaciteit onder druk staat en op welke functies Nederland zijn strategische positie verder kan versterken. 

  • Zonder investeringsruimte geen weerbare voedselketen

Een weerbare voedselketen begint bij economisch gezonde bedrijven met voldoende verdienvermogen om schokken op te vangen en te blijven investeren in productiecapaciteit, verduurzaming en innovatie. Ook de SER benadrukt het belang van een economisch vitale sector en een goed investeringsklimaat.

Internationale verstoringen leiden in Nederland vaak eerst tot hogere kosten voor energie, transport, grondstoffen en andere productiemiddelen. Als bedrijven die langdurig niet kunnen opvangen of doorberekenen, komen marges en investeringsruimte onder druk, waardoor ook het vermogen om te investeren en zich aan te passen afneemt.

Structurele weerbaarheid vraagt ook om investeringen in verduurzaming en klimaatadaptatie in de hele keten. Klimaatverandering, droogte en druk op bodem en water kunnen de beschikbaarheid van grondstoffen en het productievermogen op langere termijn aantasten. Investeringen die het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verduurzamen en productie beter bestand maken tegen veranderende omstandigheden dragen daarom ook bij aan voedselzekerheid.

Daarvoor is voldoende economisch perspectief nodig om investeringen in verschillende schakels mogelijk te maken. Langdurige samenwerking tussen ketenpartijen kan investeringszekerheid vergroten en helpen om verduurzaming, aanpassingsvermogen en continuïteit met elkaar te verbinden.

Tegelijkertijd blijft betaalbaarheid voor consumenten een essentieel onderdeel van voedselzekerheid. Weerbaarheid en verduurzaming vragen investeringen in de keten, maar moeten samengaan met blijvende toegang tot voldoende, gezond en betaalbaar voedsel. Beleidskeuzes die de kosten in de voedselketen verhogen, moeten daarom ook worden beoordeeld op hun afzonderlijke en cumulatieve gevolgen voor consumenten en het investeringsvermogen van bedrijven.

Dat vraagt om voorspelbare en uitvoerbare randvoorwaarden voor onder meer energie, milieu, vergunningverlening en ruimte, en om een Europees gelijk speelveld waarin Nederlandse bedrijven concurrerend kunnen blijven.

Bedrijven zijn primair verantwoordelijk voor hun eigen investeringen, maar kunnen niet alle randvoorwaarden zelf organiseren. Een publiek-private investeringsagenda moet zich daarom richten op gedeelde knelpunten zoals energie- en logistieke infrastructuur, netcapaciteit, waterbeschikbaarheid en de opschaling van systeeminnovaties. Innovatie kan afhankelijkheden verminderen en productiviteit, klimaatbestendigheid en continuïteit versterken. Daarmee draagt zij zowel aan weerbaarheid als aan de strategische positie van Nederland binnen Europa bij.

Werk per strategische agrofoodfunctie uit welke investeringen bedrijven zelf moeten doen en welke publieke knelpunten moeten worden opgelost, onder meer rond energie, netcapaciteit en klimaatadaptatie. Koppel deze opgaven aan de Agrifood Innovatieagenda, gericht op het verminderen van afhankelijkheden en het versterken van Nederlandse strategische posities. Maak de cumulatieve effecten van beleid op investeringsruimte, concurrentievermogen en betaalbaarheid zichtbaar.

  • Verminder kwetsbaarheden en bereid voor op verstoringen

Niet iedere afhankelijkheid maakt de voedselketen kwetsbaar. Een periodieke, ketenbrede analyse moet daarom bepalen waar uitval of ernstige schaarste grote gevolgen heeft, alternatieven ontbreken of omschakeling veel tijd en middelen kost. Zulke kwetsbaarheden moeten waar mogelijk worden verminderd. Voor risico’s die overblijven moet de keten op uitval zijn voorbereid.

Daarbij gaat het niet alleen om grondstoffen en inputs, maar ook om kritieke technologie, onderdelen en diensten waarvan uitval productie of verwerking kan stilleggen. Denk bijvoorbeeld aan energie, diervoedergrondstoffen, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, verpakkingsmaterialen, machineonderdelen en digitale systemen.

Bij iedere kritieke afhankelijkheid zijn vier vragen relevant: wat zijn de gevolgen van uitval voor de rest van de keten, hoe geconcentreerd zijn leveranciers en productieregio’s, welke alternatieven zijn beschikbaar en hoe snel kan worden omgeschakeld? Op basis daarvan kan worden gekozen voor bijvoorbeeld diversificatie, substitutie of alternatieve capaciteit.

Bedrijven en sectoren zijn primair verantwoordelijk voor hun bedrijfs- en ketenrisico’s. Waar risico’s ketenoverstijgend zijn, essentiële functies raken of niet individueel kunnen worden beheerst, is publiek-private actie nodig. Voor kritieke afhankelijkheden die niet voldoende kunnen worden verminderd, moet vooraf worden bepaald welke aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals alternatieve aanvoerroutes, strategische voorraden of reservecapaciteit. Als zulke maatregelen vanuit voedselzekerheid nodig zijn, moeten overheid en ketenpartijen vooraf afspraken maken over omvang, beheer, financiering en inzet.

Energie verdient bijvoorbeeld bijzondere aandacht, omdat uitval of schaarste van elektriciteit, brandstoffen en gas meerdere schakels van de voedselketen tegelijk kan raken. Vooraf moet daarom duidelijk zijn welke energiebehoefte essentieel is, welke alternatieven beschikbaar zijn en waar prioritering nodig kan zijn.

Overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen moeten de resterende kwetsbaarheden periodiek gezamenlijk testen, ook in gecombineerde scenario’s van extreem weer, dier- en plantziekten, handelsbeperkingen, grondstoffenschaarste en uitval van energie, digitale systemen, logistiek, laboratoria, toezicht of verwerking. Ook het Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid moet daarbij worden geoperationaliseerd en beoefend.

Leg voor iedere kritieke afhankelijkheid vast hoe het risico wordt beheerst en bepaal waar strategische voorraden of reservecapaciteit nodig zijn. Leg voor publiek-private maatregelen vooraf vast wie verantwoordelijk is.

  • Maak vóór een crisis duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is

Een crisis is niet het moment om nog fundamentele keuzes te maken over verantwoordelijkheden en prioriteiten. Vooraf moet duidelijk zijn hoe de crisisorganisatie werkt, wie zich waarop voorbereidt en wie handelt wanneer essentiële functies onder druk komen te staan. Deze afspraken moeten ook hun weerslag krijgen in het Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid.

Bedrijven en sectoren zijn primair verantwoordelijk voor hun bedrijfscontinuïteit, bijvoorbeeld door kritieke processen in kaart te brengen, alternatieven te organiseren en herstel voor te bereiden. De overheid is verantwoordelijk voor publieke randvoorwaarden en maatregelen die collectieve sturing of coördinatie vragen. Waar deze verantwoordelijkheden samenkomen, zijn vooraf publiek-private afspraken nodig.

Voor strategische voorraden, reservecapaciteit en noodleveringen moet vooraf duidelijk zijn welk publiek doel zij dienen, wie ze organiseert en betaalt en wanneer ze worden ingezet. Ook moet vooraf duidelijk zijn welke functies bij ernstige schaarste aan bijvoorbeeld energie of transportcapaciteit prioriteit krijgen en op basis van welke criteria die prioritering plaatsvindt.

Crisisvoorbereiding vraagt ook om afspraken over informatie-uitwisseling en bescherming van bedrijfsvertrouwelijke gegevens; niet-openbare operationele afspraken moeten vooraf zijn gemaakt en geoefend. Sluit bij nieuwe verplichtingen aan op de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en voorkom onnodige administratieve lasten door verplichtingen proportioneel vorm te geven, stapeling te vermijden en zoveel mogelijk bestaande bedrijfsinformatie te benutten.

Neem bij actualisatie van het Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid een vooraf vastgesteld prioriteringskader op voor ernstige schaarste van energie, transportcapaciteit en andere kritieke inputs, met criteria voor welke ketenfuncties voorrang krijgen en wie daarover beslist. 

  • Organiseer voedselzekerheid primair op Europese schaal

Nederland kan voedselzekerheid niet nationaal organiseren. Productie, verwerking, logistiek en handel zijn binnen Europa nauw verweven en capaciteit, leveranciers en voorraden zijn over meerdere lidstaten verspreid. Europa is daarom de primaire schaal voor weerbare openheid.

Nederland moet zich inzetten voor voldoende strategische capaciteit en alternatieven binnen Europa en voor het verminderen van risicovolle afhankelijkheden van derde landen, onder meer door leveranciers en herkomstregio’s te diversifiëren. Niet iedere lidstaat hoeft daarbij dezelfde capaciteit te hebben, zolang binnen de interne markt voldoende geografisch gespreide en tijdig beschikbare alternatieven blijven bestaan.

Juist een onderling afhankelijk Europa moet tijdens crises op de interne markt kunnen blijven vertrouwen. Grensoverschrijdend vervoer van voedsel en essentiële inputs moet daarom doorgaan en nationale crisismaatregelen moeten worden afgestemd. Exportbeperkingen die tekorten naar andere lidstaten verplaatsen, maken de Europese voedselvoorziening juist kwetsbaarder.

Open internationale handel en handelsakkoorden vergroten de toegang tot leveranciers, productieregio’s en afzetmarkten. Voor verschillende ketens zijn meerdere afzetmarkten bovendien nodig om productstromen in balans te houden en bij verstoringen te kunnen omschakelen.

Veterinaire en fytosanitaire markttoegang, werkbare SPS-eisen, exportcertificering en voldoende publieke keurings- en douanecapaciteit zijn daarom onderdeel van weerbaarheid. Ook beleid buiten het voedselzekerheidsdomein kan de beschikbaarheid van grondstoffen en het functioneren van internationale handelsstromen beïnvloeden. Publieke processen moeten daarnaast voldoende voorbereid zijn om handelsstromen tijdens ernstige verstoringen snel en verantwoord te kunnen aanpassen.

Weerbare openheid vraagt ook om stabiele handels- en diplomatieke relaties met partnerlanden. De overheid creëert daarvoor via handelsbeleid, diplomatie en haar internationale netwerk de randvoorwaarden; bedrijven bouwen daarop voort via commerciële relaties en ketensamenwerking. Deze publiek-private samenwerking gebeurt al binnen onder meer de Dutch Diamond en het IDH-initiatief Agrohandel Zeker, Veerkrachtig en Duurzaam.[4]

Bepleit een Europees agrofoodcrisisprotocol dat het grensoverschrijdend vervoer van voedsel en essentiële inputs waarborgt en eenzijdige exportbeperkingen voorkomt. Werk met NVWA, Douane en bedrijfsleven uit hoe handelsstromen bij verstoringen snel kunnen worden verlegd.

  1. Tot slot

Weerbare openheid betekent dat Nederland niet alles zelf hoeft te produceren, maar wel moet weten welke functies en afhankelijkheden strategisch zijn, economische draagkracht en ecologische duurzaamheid met elkaar in balans moet brengen en vooraf moet organiseren hoe bij ernstige verstoringen wordt gehandeld.

De Strategische Agenda Voedselzekerheid moet daarom vastleggen welke capaciteit nodig is, welke kwetsbaarheden moeten worden beheerst, welke investeringen daarvoor nodig zijn en hoe verantwoordelijkheden en prioriteiten vooraf worden geregeld. Zo ontstaat een sterk en wendbaar Nederlands agrofoodcluster binnen een Europese markt die ook onder druk blijft functioneren.

[1] Wageningen University & Research, Impactanalyse afsluiting Straat van Hormuz (2026)

[2] Kamerbrief Aankondiging Strategische Agenda Voedselzekerheid (31532-310)

[3] SER-advies Samenwerken aan een duurzaam en toekomstbestendig agrosysteem (2026)

[4] IDH, VNO-NCW, Ministerie van LVVN, Ministerie van BZ: Plan van aanpak: Agrohandel Zeker, Veerkrachtig en Duurzaam

agrofoodweerbaarheid