Mogelijkheden voor eerder stoppen met werk

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
08-11-2020

Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)

Per 1 januari 2021 treedt een nieuwe maatregel in werking als onderdeel van het pensioenakkoord: de tijdelijke RVU‑vrijstelling (Regeling Vervroegd Uittreden). Dit houdt in dat werkgevers en werknemers afspraken met elkaar kunnen maken over eerder stoppen met werken, zonder dat hier een boete tegenover staat (de zogenoemde RVU-boete).
Het gaat dan bijvoorbeld om medewerkers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken tot hun pensioen. In diverse sectoren en ondernemingen vinden momenteel gesprekken plaats over de vormgeving van regelingen voor zwaar werk.

Webinars
Wilt u meer weten over de RVU-wet en de subsidieregeling MDI&EU? Op maandag 23 november en donderdag 3 december organiseren MKB-Nederland en VNO-NCW en werkgeversorganisatie AWVN een webinar over de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en de subsidieregeling MDI&EU die per 1 januari 2021 in werking treden. Onderaan deze pagina kunt u zich aanmelden.
 

Informatie over deze regeling

Ondernemersorganisaties MKB-Nederland en VNO-NCW en werkgeversorganisatie AWVN zijn een project gestart om brancheorganisaties, sectoren en werkgevers met een eigen arbeidsvoorwaardenpakket te informeren over deze regelingen. Op deze informatiepagina kunt u informatie vinden over de inhoud, impact en toepassing van deze regeling.

 

Q&A – veelgestelde vragen over de RVU

Wat is de RVU-wet?

Op 3 september 2020 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel 'Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen' ingediend. Onderdeel van het wetsvoorstel is om tijdelijk aanvullende afspraken te maken met werknemers over eventueel eerder uittreden: werkgevers worden in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 in de gelegenheid gesteld om werknemers die maximaal 36 maanden voor de AOW-leeftijd zitten een uitkering te betalen ter overbrugging van de periode tot de ingangsdatum van de AOW. De uitkering is vrij van de zogenaamde 'RVU-heffing' (Regeling Vervroegde Uittreding) tot maximaal € 21.200 (bedrag 2020) per jaar. Een lager bedrag kan natuurlijk ook.  De wet is tijdelijk, en bedoeld voor werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken tot hun pensioen.

 

Wat is de doelgroep van de RVU-regeling?

De RVU-regeling richt zich op werknemers uit de geboortejaren 1955 tot en met 1961.

 

Moeten alle werkgevers aan alle werknemers in de doelgroep een RVU-regeling aanbieden?

Een belangrijk element in het wetsvoorstel is de dubbele vrijwilligheid. Vrijwilligheid bij de werkgever om de regeling aan te bieden aan werknemers die aan bepaalde criteria voldoen, bijvoorbeeld alleen aan werknemers die tenminste 5 jaar een vast dienstverband hebben gehad bij de werkgever. Tegelijkertijd geldt een vrijwilligheid bij de werknemer om al dan niet aan de RVU-regeling deel te nemen. Het kabinet vindt het belangrijk dat als een werknemer wil doorwerken tot aan de AOW-leeftijd, dat moet kunnen.

 

Moet de betaling van de RVU-uitkering maandelijks plaatsvinden of mag dat ook in één keer?

De RVU-wet zelf zegt niets over het moment van betalen. Vanuit de wet bezien is er geen verplichting om de RVU-uitkering maandelijks te doen. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) streeft zo veel mogelijk naar een maandelijkse betaling. De reden daarvoor is tweeledig. Enerzijds houdt het maandelijks betalen verband met de mogelijkheid om een eventuele WW-uitkering te kunnen verrekenen met de RVU-uitkering. Anderzijds wijst men op het "doenvermogen" van mensen. De vrees bestaat dat de werknemer die een betaling ineens ontvangt, dat inkomen niet goed spreidt over de maandelijkse perioden, zodat op een moment de werknemer zonder inkomen komt te zitten. Ook een aantal werkgevers geven aan vanuit goed werkgeverschap de betaling maandelijks te zullen doen.

 

Voordelen van de maandelijkse betaling voor de werkgever zijn:

  • Bij overlijden van de werknemer vóór het einde van de 36 maandenperiode worden de resterende termijnen niet uitgekeerd.
  • De werknemer hoeft zich niet te verdiepen in de fiscale problematiek hoe de progressieve belastingheffing over een eenmalige RVU-uitkering kan worden gemitigeerd, bijvoorbeeld door de middeling van inkomens. Tegelijkertijd hoeft de werkgever de werknemer daar niet over te informeren.

Voordelen van een eenmalige RVU-uitkering voor de werkgever zijn:

  • De werknemer treedt uit dienst. Vergelijkbaar met andere reorganisatietrajecten wil de werkgever het dossier sluiten. Dat pleit voor een eenmalige betaling van de RVU-uitkering. De RVU-wet staat dat ook toe.
  • De werkgever moet de werknemer gedurende de 36 maandenperiode in de salarisadministratie houden. Dit vergt periodiek contact met de werknemer en brengt administratieve lasten met zich.
  • Afhankelijk van de contractuele afspraken met de werknemer, kan de belastingdienst stellen dat bij een gespreide betaling sprake is van een ongebruikelijk tijdstip van betalen. De werkgever moet dan loonheffingen inhouden en afdragen (groene tabel) op het moment van het vestigen van de aanspraak en niet op het feitelijke betaalmoment.
  • Door een recht op WW, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt het inkomensgat met het laatst verdiende loon en de RVU-uitkering verkleind. De eenmalige uitkering kan niet worden verrekend met de WW. Dat vergroot de aantrekkelijkheid van de RVU-regeling.
  • Onder IFRS-(boekhoud)regels is de werkgever verplicht om een maandelijkse RVU-uitkering als voorziening op de balans op te nemen en te waarderen tegen de zogenaamde 'fair market value'. Gezien de relatief korte periode van maximaal 36 maanden en de huidige rentestand, komt de som van alle verwachte uitkeringen dicht in de buurt van de fair market value. Bij een eenmalige betaling hoeft de werkgever de verplichting niet op de balans te activeren.
  • Bij een eenmalige betaling is de werkgever niet gebonden om de jaarlijkse indexatie van de AOW te betalen. Aan het begin van de rit wordt afgerekend.
 

Heeft een werknemer die met de RVU-regeling de dienst verlaat recht op WW?

Om een beroep te kunnen doen op de WW moet, naast bijvoorbeeld de referte-eis, de werknemer niet verwijtbaar werkeloos zijn en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Als bij deelname aan de regeling een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten waarbij het dienstverband op verzoek van de werkgever wordt ontbonden en de werknemer beschikbaar is voor de arbeidsmarkt (voor een andere of lichtere functie dan die hij had bij de ex-werkgever), dan bestaat er in beginsel recht op WW. Echter, als de dienstbetrekking op verzoek van de werknemer wordt ontbonden en de werknemer is niet beschikbaar, dan bestaat er geen recht op WW. SZW geeft aan dat de combinatie RVU-regeling en WW ongewenst is. Zij gaan ervan uit dat een werknemer die niet kan doorwerken tot aan de AOW-leeftijd na deelname aan de RVU-regeling niet langer beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. Dat moet per situatie worden bekeken.

 

Is parttimedeelname aan de RVU-regeling mogelijk?

Het is volgens de RVU-wet mogelijk dat een werknemer deels doorwerkt en deels uit dienst treedt met de RVU-regeling. Bij parttimedeelname aan de RVU-regeling blijft het dienstverband deels in stand. In de praktijk merken wij dat veel werkgevers bij voorkeur de werknemers die deelnemen aan de RVU-regeling volledig uit dienst laten treden. Binnen veel bedrijven bestaan immers diverse regelingen om oudere werknemers voor te bereiden op de pensionering, bijvoorbeeld door een 80-90-100-regeling of een andere vorm van ontziemaatregelen. Ook bestaan er mogelijkheden voor parttimepensioen.

 

 

Tot wanneer kunnen werknemers in de RVU-regeling instromen?

Met werknemers kunnen tot uiterlijk 31 december 2025 een RVU-regeling worden overeengekomen. In dat geval geldt dat de RVU-betalingen tot uiterlijk 31 december 2028 bij de werkgever niet als een RVU worden aangemerkt. De pseudo-eindheffing van 52% is niet verschuldigd. Op de RVU-betalingen moet de inhoudingsplichtige - dat kan de werkgever zijn maar ook bijvoorbeeld een sociaal fonds - loonheffingen inhouden en afdragen aan de belastingdienst. De loonheffingen omvatten loonbelasting en de premies volksverzekeringen. Omdat de RVU-betaling loon uit vroegere arbeid is, is de werkgever geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

 

Als de jaarlijkse RVU-uitkering in vergelijking lager is dan het laatst verdiende loon, hoe moet de inkomensachteruitgang dan worden gefinancierd?

Volgens het wetsvoorstel is de werknemer daar zelf voor verantwoordelijk. Hij kan bijvoorbeeld zijn pensioen vervroegen of zijn spaargeld aanspreken om in zijn levensonderhoud te voorzien.

 

 

Wat kan een bracheorganisatie doen voor de aangesloten leden?

Een brancheorganisatie zou in overleg met de vakbonden een RVU-regeling kunnen opstellen om bijvoorbeeld op te nemen in een cao. Aangesloten leden kunnen dan gebruik maken van de RVU-regeling in individuele gevallen met een vaststellingsovereenkomst. In het kader van het MD&IEU-traject kunnen individuele werkgevers in principe alleen via een sector een subsidieaanvraag doen.

 

 

 

Extra informatie

Op de website van werkgeversorganisatie AWVN staat een aantal interessante blogs over de RVU‑vrijstelling uit het pensioenakkoord:

 

Webinars

Wilt u meer weten over de RVU-wet en de subsidieregeling MDI&EU?
Op maandag 23 november en donderdag 3 december organiseren MKB-Nederland en VNO-NCW en werkgeversorganisatie AWVN een webinar over de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en de subsidieregeling MDI&EU die per 1 januari 2021 in werking treden.
Er is een mogelijkheid tot vragen stellen. Deze webinars zijn specifiek bedoeld voor brancheorganisaties.

 

Meer informatie en aanmelden via de buttons hieronder!

 

Webinar 23 november Webinar 3 december