Faillissement

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact

Geen ondernemer krijgt graag te maken met het insolventierecht. Niet doordat hij zelf problemen krijgt om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen, maar ook niet wanneer een klant in gebreke blijft. Een faillissement heeft grote economische en sociale gevolgen voor de failliet verklaarde, voor de schuldeisers en vele andere betrokkenen als leveranciers en werknemers. Daarom is het belangrijk dat de wetgeving op dit vlak, betreffende faillissement, surseance van betaling en schuldsanering goed is geregeld. Daarnaast zijn er meerdere Europese verordeningen die de insolventiewetgeving aangaan.

 

De faillissementswetgeving is zeer verouderd. Daarom is sinds 2013 het ministerie van Justitie en Veiligheid bezig met het omvangrijke wetgevingsprogramma Herijking van het faillissementsrecht. Het aanscherpen van de aanpak van faillissementsfraude, het versterken van het reorganiserend vermogen van een onderneming en het moderniseren van de faillissementsprocedure zijn de belangrijke pijlers van het programma.

 

Wat betreft de aanpak van faillissementsfraude is in 2017 een drietal wetten aangenomen. Justitie wil de aanpak van faillissementsfraude aanscherpen. Daarvoor is een drietal wetsvoorstellen gemaakt. Deze betreffen een versterking van de positie van de curator, verscherping van de strafbaarstelling van faillissementsfraude en het mogelijk maken van het opleggen door de rechter van een civielrechtelijk bestuursverbod. Naast deze nieuwe regelgeving over faillissementsfraude zijn er wetsvoorstellen gemaakt die het reorganiserend vermogen van bedrijven moeten versterken: de wettelijke regulering van de zogenoemde pre-pack, een buitengerechtelijk dwangakkoord. Ook is er gedacht aan een regeling die verschillende maatregelen zal bevatten die erop zijn gericht de curator beter in staat te stellen om het faillissement op een doelmatige wijze af te wikkelen en op die manier de schade voor alle betrokkenen bij het faillissement zoveel mogelijk te beperken.

 

De wetgeving over de pre-pack (Wet continuïteit ondernemingen I) ligt bij de Eerste Kamer en gekeken wordt of er aanpassingen nodig zijn vanwege de uitspraak van het Europese Hof over de zaak Estro die de overgang van werknemers bij een doorstart betreft. VNO-NCW en MKB-Nederland onderstrepen het belang van doorstarts om onnodig verlies van kapitaal en werkgelegenheid te voorkomen. Te stringente en belastende regelgeving die een doorstart vrijwel onmogelijk maakt is uiteraard onwenselijk. 

Het wetsvoorstel dat het buitengerechtelijk dwangakkoord betreft (Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)) wil het eenvoudiger maken voor bedrijven in financiële nood om met hun schuldeisers een akkoord te sluiten, al dan niet dwingend, waarmee schulden worden gesaneerd en een faillissement kan worden voorkomen. Het voorstel lag onlangs nog ter consultatie. Het ministerie zal het wetsvoorstel verder bekijken aan de hand van de ontvangen reacties. VNO-NCW en MKB-Nederland kunnen zich in grote lijnen in het wetsvoorstel vinden maar er moeten wel wijzigingen worden aangebracht. Onder meer als het gaat om het voorkomen van oneigenlijk gebruik en het beschermen van de positie van crediteuren.

Het derde wetsvoorstel in deze pijler (Wet continuïteit ondernemingen III) moet nog nader worden bepaald. Met name zal worden gekeken naar de positie van betrokkenen bij een faillissement zoals werknemers.

 

Het wetsvoorstel dat modernisering en digitalisering van de faillissementsprocedure inhoudt, is in juni 2017 aan de Tweede Kamer gezonden. Dit wetsvoorstel moet leiden tot meer efficiency, kennisconcentratie bij de rechterlijke macht en vergemakkelijking van procedures, waarbij ook in betere informatievoorziening en meer transparantie ten behoeve van de crediteuren is voorzien.

Lees meer