28 MEI, 2026 • Europees nieuws
CO₂-handel spreidt zich wereldwijd uit, maar Europese bedrijven betalen nog altijd de hoogste prijs
Het Europese ‘Emissions Trading System’ of ETS vormt sinds 2005 overwegend het belangrijkste onderdeel van het Europese klimaatbeleid. De aanloop naar de geanticipeerde review op 15 juli heeft tot veel discussie geleid. De voornaamste argumenten van tegenstanders van het systeem richten zich op de rijzende energieprijzen en de internationale concurrentiepositie van de EU. We zien echter dat er in de laatste jaren vergelijkbare systemen in andere landen, zoals het VK, China en Californië, zijn geïntroduceerd. Het is daarom een goed moment om deze systemen te vergelijken met ons systeem.
Het EU ETS
Een kort overzicht van het EU ETS: ETS is een cap-and-trade-systeem. Dit betekent dat bedrijven onder het systeem voor elke ton CO2-uitstoot één emissierecht nodig hebben. Het totaal aantal beschikbare emissierechten is beperkt (‘cap’), maar de bedrijven mogen deze rechten vrij uitwisselen onder elkaar (‘trade’). Bedrijven krijgen een aantal vrije rechten en moeten voor verdere rechten kopen op een veiling door de EU of van andere bedrijven. Doordat het aantal beschikbare emissierechten elk jaar daalt, ontstaat er schaarste op de markt. Installaties hebben dan de keuze: ofwel minder uit te stoten, ofwel emissierechten aan te kopen.
Het EU ETS is gestart in 2005 en is gekoppeld aan de uitstootdoelen van de EU. Dit betekent dat er in 2050 geen rechten meer zullen zijn, omdat we als doel hebben gesteld om dan CO2-neutraal te zijn. Momenteel omvat het EU ETS de energie-intensieve industrie, luchtvaart, scheepvaart en de elektriciteitssector, die samen verantwoordelijk zijn voor ongeveer 40% van de broeikasgasemissies in de Europese Unie. Onder ETS 2 zullen ook gebouwen, wegtransport en additionele sectoren zoals de bouw en de lichte industrie onder het systeem gaan vallen, maar dit is uitgesteld tot 2028.
China Certified Emission Reduction Scheme
Sinds 2021 heeft China een nationaal ETS-systeem. China gebruikte aanvankelijk geen strikte absolute emissiecap, maar benchmarks op basis van emissie-intensiteit (bijvoorbeeld CO₂ per eenheid elektriciteit). Een efficiënte kolencentrale mag dus meer uitstoten als ze veel produceert. Daardoor was de CO₂-prijs relatief laag en het effect op verduurzaming beperkt. China heeft echter aangekondigd in 2027 een absoluut emissieplafond in te voeren voor een deel van de markt. De dekking wordt uitgebreid naar sectoren zoals staal, cement en aluminium. Dit zal uiteindelijk 75% van Chinas uitstoot omvatten. Daarbij moet wel worden gezegd dat het systeem is geijkt op de Chinese doelstelling om pas in 2060 klimaatneutraal te worden en dat de vrije rechten daarmee ook minder snel afbouwen.
Daarnaast is het goed om vast te stellen dat bedrijven onder het Chinese systeem voornamelijk vrije rechten krijgen, terwijl in de EU slechts rond de 50% vrije rechten worden uitgegeven. De rest van de rechten moet dus worden gekocht. Het ETS-systeem heeft in de afgelopen 20 jaar al €250 miljard opgebracht. De opbrengsten gaan voor 20% naar het Social Climate Fund om burgers te helpen met de toegenomen kosten van verduurzaming en 80% gaat naar de lidstaten. Eurocommissaris Hoekstra heeft gezegd dat slecht 10% hiervan uiteindelijk ten goede komt van de industrie. De Commissie wil zich inzetten zodat meer van deze inkomsten worden gebruikt om de industrie te verduurzamen. Dit zou een belangrijke stap zijn in het verbeteren van de internationale concurrentiepositie van Europese ETS-sectoren.
California Cap and Trade scheme
Sinds 2006 heeft Californië een subnationale ETS. Californië is goed voor ongeveer 7% van de totale uitstoot van de VS. De Californische markt lijkt veel op het EU ETS: een dalend emissieplafond, verhandelbare rechten en veilingen. Het verschil is dat zo’n 80% van de uitstoot in Californië onder het systeem valt, inclusief brandstofleveranciers voor wegtransport. Bedrijven die meer dan 25 duizend ton CO2 per jaar uitstoten vallen onder het systeem. Daarnaast gebruikt Californië expliciet ETS-opbrengsten om klimaatprojecten te financieren, zoals investeringen in het OV, duurzame woningbouw en elektrificatie. Daarnaast is het systeem coulanter tegenover externe CO₂-compensaties.
UK Emissions Trading Scheme
Het VK heeft na het afsplitsen van de EU een groot deel van de Europese regelgeving van daarvoor in werking gelaten. Het systeem is uiteraard wel hernoemd naar het UK ETS. Het belangrijkste verschil is dat het UK ETS nationaal is en dus losstaat van de Europese markt, wat kan leiden tot iets andere CO₂-prijzen. Bij verdere ontwikkelingen onder het EU ETS is echter niet vanzelfsprekend dat het VK dit zal overnemen.
Conclusie
Het ETS was baanbrekend in 2005 en langzaam maar zeker wordt het overgenomen door andere landen. Naast de besproken systemen hebben bijvoorbeeld ook Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland een landelijk systeem en Japan en Canada hebben subnationale systemen. Daarnaast zijn Brazilië, Turkije, India, Australië, Vietnam en Argentinië bezig met het ontwikkelen van vergelijkbare systemen. We kunnen dus met recht zeggen dat we een belangrijke internationale trendsetter zijn geweest. Dit betekent echter niet dat we onze internationale concurrentiepositie niet serieus moeten nemen. Zowel onze CO2-prijzen als energieprijzen liggen internationaal gezien extreem hoog. Om Europese bedrijven op een eerlijke manier internationaal te laten concurreren, zullen we dus moeten kijken naar bijvoorbeeld CBAM en Made-in-Europe-criteria. Daarnaast zullen is het belangrijk om te zorgen dat de opbrengsten uit ETS ook daadwerkelijk ten goede komen de verduurzaming in plaats van het aanvullen van nationale begrotingen.


