Na Prinsjesdag: waarom iedereen blij wordt van leren bij een baas

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
06-11-2019

De overheid wil dat meer mensen een vak leren en het bijbehorende mbo-diploma halen. Terecht, want het tekort aan goed geschoolde vakmensen is al jaren groot. Dat zal deze week ook weer aan de orde komen bij de begroting van het ministerie van Onderwijs in de Tweede Kamer. Zo'n mbo-diploma halen kan via de zogenoemde bol-opleiding. Een studie, waarbij studenten vijf dagen per week naar het mbo gaan. Of met een bbl-opleiding, oftewel leren en werken: studenten gaan één dag per week naar 't ROC, en vier dagen leren ze het vak bij een ondernemer.

 

Schijntje

Wat blijkt nou? Deze vorm van studeren kost de overheid maar een schijntje van een bol-opleiding. Een deel besteedt de overheid immers uit bij het bedrijfsleven. Bovendien vinden bbl-studenten na hun studie eerder werk én verdienen ze meer dan bol-studenten. Ondernemers steken dan ook heel veel geld, tijd en moeite in deze studenten, die vaak binnenkomen als 16-jarige en nog weinig tot geen werkervaring hebben. Hiervoor ontvangen ze een bescheiden subsidie.

 

Steeds meer bbl-studenten

Het mooie is ook nog dat steeds meer studenten kiezen voor de bbl. In de crisis nam het aantal studenten af, maar sinds 2015 worden het er elk jaar meer: van 95.700 in 2015, naar 120.700 in 2018. Je zou zeggen dat de overheid staat te juichen bij deze ontwikkeling. Maar niks is minder waar: telkens ligt de subsidie voor ondernemers die deze studenten met bloed, zweet en tranen opleiden weer onder vuur.

 

Bekijk ook onderstaande animatie:

 

Subsidiepot groeit niet

Sterker nog: hoewel het aantal studenten groeit, blijft de subsidiepot al jaren hetzelfde. Daarmee wordt het voor ondernemers steeds minder aantrekkelijk om studenten op te leiden. Niet dat het nou om een enorm bedrag gaat. Een ondernemer is 11.000 euro kwijt aan het opleiden van een student, terwijl de subsidie maximaal 2.700 euro is. Maar toch: het is een noodzakelijke en welkome bijdrage.

 

Meer vakkrachten

Dus laat die subsidie Praktijkleren – zoals de subsidie officieel heet – nou gewoon bestaan. Geef elke ondernemer een vast bedrag van 2.700 euro, en laat de pot met geld meegroeien met het aantal studenten. Dan krijgen we voor elkaar waar ondernemers én overheid erg blij van worden: meer mensen met een mbo-diploma, meer vakkrachten!

 

Gertrud van Erp

Beleidssecretaris Onderwijs