'Hier wordt het internet gemaakt'

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact

Zonder dat veel mensen het weten, is Nederland zo ongeveer de ruggengraat van internet. Belangrijke internetverbindingen worden hier gemaakt. Dat trekt een hoop bedrijvigheid. Maar daar moeten we wel wat voor blijven doen. ‘Internetbedrijven kijken alleen vooruit.’

Eerst een gracht over. Dan aanbellen bij een intercom naast een deur die automatisch openzwaait. Wachten tot de buitendeur dicht is, pas dan gaat een tweede deur open. De receptioniste zit achter dik glas (kogelvrij?). Een stalen schuifdeur die nog het meest aan een liftdeur doet denken, verleent toegang tot haar kamertje. Paspoort laten zien voor een pasje. Naast de toegangspoortjes een apparaat dat vingerafdrukken scant. Welkom in het pand van datacentrum Equinix op het Amsterdam Science Park.

‘Dit is de standaard beveiliging’, zegt Michiel Eielts, managing director van Equinix Benelux. ‘In de serverruimtes kunnen per gebruiker strengere regels gelden. Kooien om de servers, infraroodbewaking. Hier worden cruciale gegevens bewaard. Niet alleen van grote bedrijven, maar vooral van bedrijven die informatie met elkaar willen délen. Dit is geen gewoon datacentrum. Hier achter ons wordt internet gemaakt.’

Elke milliseconde telt
In de virtuele wereld van internet staat Nederland, vooral Amsterdam, met een dikke stip op de kaart. Niet verwonderlijk, want het wereldwijde web is mede in Nederland ontstaan. Bedrijven en universiteiten hebben al sinds de jaren tachtig een redelijk goed werkend computernetwerk om met elkaar te communiceren, maar het web zoals wij dat kennen, werd in 1993 ‘geopend’ door Tim Berners-Lee. Berners-Lee werkte bij het onderzoekscentrum CERN in Zwitserland, waar hij de eerste webpagina ontwikkelde. Snel daarna begon het Nederlandse onderzoekscentrum Nikhef (het nationaal instituut voor subatomaire fysica in Amsterdam) ook een website. Nikhef-medewerker Willem van Leeuwen, correspondeerde met Berners-Lee over het ontwikkelen van de browser.

Nederland en Amsterdam hebben die voorsprong nooit meer uit handen gegeven. Dat de trans-Atlantische communicatiekabel bij Katwijk uit zee komt, geeft alleen maar een extra boost. Internet heeft een hekel aan vertraging en elke milliseconde is meegenomen. Vandaar dat de sleutelbedrijven die 'het internet' vormen hun apparatuur graag dicht bij elkaar zetten, zo dicht mogelijk bij de hoofdstructuur. Nederland trekt nog steeds belangrijke bedrijven die cruciale rollen spelen op het www. Niet alleen in Amsterdam. Zo heeft Google een aantal serverparken in Nederland staan. Daaronder een hele grote in de Groningse Eemshaven waar een aftakking van de trans-Atlantische kabel boven water komt. Naar schatting staat er zo’n 500.000 vierkante meter (duizend voetbalvelden) aan datacentra in Nederland met miljoenen servers.

De vestiging van Equinix is de Europese hub van het wereldwijde bedrijf dat zijn herkomst in de VS heeft. ‘We hebben natuurlijk geografisch mazzel’, zegt Michiel Eielts met een grijns. ‘Nederland ligt centraal tussen Engeland, Duitsland en Frankrijk. Daarmee heb je het zwaartepunt van het Europese gebruik binnen handbereik. Als je hier een schop in de grond steekt, is de grond zo zacht, daar kun je meteen een kabel leggen. Dat is in Duitsland of Frankrijk veel minder algemeen. Daardoor hebben we een heel goede infrastructuur. Dat speelt zeker ook mee.’

Klein=goed
Veel conventioneler dan bij Equinix, gaat het toe bij de Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX) tegenover De Nederlandsche Bank. Gewoon aanbellen, er klinkt een zoemertje en je drukt de donkergroene deur open van het monumentale pand. ‘Had je hier een enorme rij servers verwacht?’, vraagt Cara Mascini, directeur marketing van het bedrijf, lachend. ‘Die hebben we niet hier. Die staan in serverparks.’ AMS-IX is een van de globale internetrotondes. Het brengt internetaanbieders bij elkaar zodat die zonder problemen hun netwerken op elkaar kunnen aansluiten. Het is de grootste ter wereld met meer dan vijfhonderd netwerken. Daaronder carriers zoals UPC en Ziggo, maar ook bedrijven als Facebook en Google. Grootste concurrenten: gelijksoortige exchanges in de financiële hot spots Frankfurt en Londen.

‘In Nederland zijn we op het gebied van internet heel vaak de eerste geweest’, zegt Mascini. ‘Dat heeft ons een voorsprong opgeleverd. Het heeft te maken met locatie en bekabeling, maar ook met de cultuur. Op veertig medewerkers hebben we hier achttien nationaliteiten werken. Daar hoeven we niet naar op zoek. Nederland heeft van oudsher een goede naam om te wonen en te werken. Talent komt hiernaartoe om zijn geluk te beproeven. Dat is een heel belangrijke factor voor ons succes.’

Dat Nederland zo groot is in de internetwereld komt omdat het zo klein is in de echte wereld. Mascini: ‘Nederland is een klein land, wij hebben altijd de blik naar buiten gericht en staan open voor nieuwe dingen. Onze oprichters waren internationale partijen. Daarnaast hebben wij vanaf het begin gezegd dat iedereen die aan de technische specificatie voldoet lid kan worden van AMS-IX. Ook als het geen providers zijn. Daardoor zijn ook klanten van onze leden lid. Dat is in het buitenland lastiger voor elkaar te krijgen. En hoewel ze enorm competitief zijn op het commerciële vlak zijn onze leden op het technische vlak heel erg bereid om samen te werken binnen AMS-IX.’

Voorsprong + openheid + goede opleidingen = succes. Daar komt het sommetje van Mascini op neer. ‘De technische voorsprong die we vanaf het begin hebben opgebouwd, telt enorm. Zo bouw je aan een goede reputatie op basis waarvan nieuwe bedrijven hier komen. Het gaat altijd met de insteek: Jullie hebben deze kennis. Kunnen we samenwerken?’

Goed klimaat
En wat levert het de Nederlandse economie allemaal op? Al die servers die in een bunker hun werk doen. Dat is moeilijk te kwantificeren, zeggen Cara Mascini en Michiel Eielts. Mascini: ‘Je kunt kijken naar de vijftigduizend werknemers van bedrijven als Cisco en Microsoft. Maar je zou ook de zzp'ers en kleine bedrijfjes moeten meerekenen die werk hebben omdat die grote bedrijven er zitten. En dan nog de industrie rond social media, die weer goede ingangen heeft omdat grote spelers hier zitten. Verder vindt innovatie tegenwoordig vooral op of door internet plaats.’

Eielts: ‘Hoeveel van dit soort gebouwen ter waarde van 100 miljoen euro worden er tegenwoordig nog gebouwd? Met ons complex zijn twee- tot driehonderd mensen een jaar lang bezig geweest. En dan alle aanpalende sectoren. Het onderhoud aan servers is gigantisch. Het is hier altijd druk, zelfs ’s nacht wordt hier binnen gewerkt. Er moet apparatuur geïnstalleerd worden, onderhouden en geüpdatet. Die kennis is allemaal aanwezig in Nederland. Bedrijven komen speciaal omdat hier zo’n goed datacenterklimaat is.’

Die voorsprong behouden is geen kwestie van achterover leunen. ‘Internetbedrijven kijken alleen vooruit’, zegt Michiel Eielts. ‘Wat je vandaag ontwikkelt, maken je concurrenten over twee jaar ook.’ Internetbedrijven komen niet naar Nederland voor het fijne weer, het gaat ze om het bedrijfsklimaat. Daar slaat Nederland geen slecht figuur, vindt Coks Stoffer, managing director van Cisco Nederland. De Amsterdamse vestiging van het Amerikaanse bedrijf verzorgt niet alleen de Nederlandse markt, maar levert ook diensten voor Europa, Rusland, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. ‘Maar we moeten er wel op letten dat het zo blijft’, benadrukt hij. ‘Technisch is het top notch wat hier gebeurt. De afgelopen twee jaar is alleen wel duidelijk geworden dat het vooruitstrevende imago van ons land makkelijk onder druk kan komen te staan. Het sfeerbeeld van tolerantie is heel belangrijk. Want waar wil je als bedrijf graag zitten? Daar waar de logistiek in orde is, maar ook waar je werknemers graag wonen. Zo kweek je loyaliteit. Dat Cisco naar Amsterdam kwam, komt door de innovatieve mensen, het beschikbare talent, ook financieel en logistiek, en de aantrekkelijke locatie. Maar die status staat nooit vast. Bij elke beslissing van Cisco moet ik vechten voor de Nederlandse vestiging.’

En dan natuurlijk de regelgeving. Alles dichtplakken met regels is funest voor een sector die bijna helemaal bestaat uit private deelnemers. Internet reguleert zichzelf, er bestaat wel een internationale telecomwet, maar die dateert van 1983. Daar wordt internet niet eens genoemd, het bestond nog niet. Het gaat dan niet alleen om directe regelgeving over internet, ook nationale regels kunnen het voor buitenlandse bedrijven al dan niet prettig maken zich hier te vestigen. Stoffer: ‘Een paar jaar geleden waren er veranderingen in het zorgstelsel, maar er was weinig tijd om die in te voeren. In die korte tijd kun je buitenlandse bedrijven niet uitleggen wat er allemaal gebeurt en verandert. Dan moet je de relatieve grootte van Nederland voor ogen houden.’

Net geen topsector

Cisco-topman Coks Stoffer is bestuurslid van de brancheorganisatie ICT~Office en verantwoordelijk voor de portefeuille Topsectoren. Toen de negen topsectoren werden vastgesteld, was de ict-sector teleurgesteld dat hij daar niet toe behoorde. Stoffer is ervan overtuigd dat de huidige sectordoorsnijdende opzet beter is. ‘Ict zit overal’, zegt hij. ‘Door in elke topsector samen te werken, kunnen we het meest bereiken. We kunnen het hebben over oplossingen voor de zorg, maar ook over energie- en voedselzekerheid. Dat zijn de belangrijke thema’s voor de komende jaren.’ De overheid heeft de sector goed in het vizier, daarvan is hij overtuigd. ‘Ik krijg overal een luisterend oor. Bij de nationale overheid, maar ook bij lokale bestuurders als Eberhard van der Laan, de burgemeester van Amsterdam.’

 

Hoe houden we de voorsprong?

Een voorsprong hebben, is niet synoniem aan een voorsprong houden. Vijf aanbevelingen uit de sector:
  1. De vertaling van fundamenteel onderzoek naar praktische toepassing kan beter;
  2. Nederland moet een prettige plek blijven om te wonen. Het imago van een open, vooruitstrevend land moet gekoesterd worden;
  3. Netneutraliteit is een groot goed, maar vooral telecombedrijven willen daarbovenop de mogelijkheid om tegen betaling snellere dienstverlening te krijgen;
  4. Overheidsbemoeienis bij het organisatorische deel van internet moet zo laag mogelijk blijven;
  5. Regels moeten simpel zijn en het gemakkelijk maken om in Nederland een bedrijf te beginnen of te vestigen.
Dit artikel komt uit de print Forum
Remko Ebbers
redacteur Forum
+31 70 3490 163