Klimaatbeleid

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact

Op het gebied van klimaat en energie vaart het kabinet Rutte III duidelijk een ambitieuze koers. Het ambieert een koploperspositie in de EU en in de wereld. Deze ambitie wordt door het bedrijfsleven gedeeld, op voorwaarde dat hiervoor de juiste voorwaarden worden gecreëerd.

 

Nationaal beleid en nationale doelstellingen

Het kabinet ambieert op het gebied van energie en klimaat een koploperspositie in de EU en in de wereld. Uitgangspunt is een nationale doelstelling van 49% reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Ter vergelijking, de EU vraagt – vooralsnog – om 40% reductie.

 

De nationale doelstelling impliceert een additionele reductie ten opzichte van ongewijzigd beleid van 48,7 megaton CO2-eq in 2030. Deze klimaatambitie als aanloop naar een CO2-neutrale economie in 2050 wordt door het bedrijfsleven gedeeld, op voorwaarde dat hiervoor de juiste voorwaarden worden gecreëerd.

 

In het Regeerakkoord is (prominent) aangekondigd dat het kabinet het initiatief neemt om te komen tot een ‘Nationaal Klimaat- en Energieakkoord’ (inmiddels ‘Klimaatakkoord’). In het Klimaatakkoord worden afspraken gemaakt tussen maatschappelijke partijen (overheid, bedrijven, milieubeweging) over hoe en langs welk tijdspad de nationale klimaatambities kunnen worden gerealiseerd inclusief breed draagvlak.

 

Het bedrijfsleven heeft een transitieakkoord voor ogen dat is gericht op de systeemtransitie van onze energievoorziening en die een aanpak in zich heeft waarmee naast de geambieerde CO2-reductie tegelijkertijd de kracht en concurrentievermogen van de Nederlandse economie wordt versterkt. Waarmee Nederland dé internationale hotspot kan worden voor innovatieve verduurzamingsoplossingen.

 

Europees beleid en Europese doelstellingen

De instemming van bijna 200 landen met het Klimaatakkoord van Parijs eind 2015 legt een stevig fundament voor een wereldwijde aanpak van het klimaatvraagstuk en het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

 

Recent heeft de Europese Commissie een mogelijke ophoging van het EU-brede emissiereductiedoel voor broeikasgassen aangekondigd: namelijk een verhoging van 40% naar minimaal 45% reductie in 2030. Hiermee komt de EU-doelstelling in lijn met de doelstellingen van het Akkoord van Parijs.

 

De recente verhoging van de EU 2030 doelen voor energie-efficiency en hernieuwbare energie naar respectievelijk 32,5% en 32% – welke mogelijk in 2023 verder naar boven worden bijgesteld – leidt naar verwachting al tot een verwachte CO2-reductie in de EU van ongeveer -/-46% in 2030.

 

Voor de sectoren onder het EU-ETS – energie-intensieve industrie en elektriciteitssector – zijn recent nieuwe Europese emissieplafonds afgesproken die in de tijd steeds lager worden: de Europese CO2-uitstoot van de ETS-sectoren zal in 2030 43% lager liggen dan in 2005.

 

Doordachte klimaatstrategie

Een doordachte strategie begint met het besef dat onderscheid moet worden gemaakt naar het effectieve schaalniveau van de klimaataanpak: mondiaal, Europees, nationaal, regionaal.

 

De nationale CO2-reductiedoelstelling van het kabinet is volledig een nationale kop op Europese afspraken: dit geldt voor alle sectoren.[1] De kunst is om als land voorop te kunnen lopen, maar niet dood te lopen. Het Nederlandse bedrijfsleven zal dus in hoge mate moeten worden gefaciliteerd (geprikkeld) om zo de hoge ambities van het kabinet te kunnen behalen:  

  • Een nationaal verdergaande CO2-reductie vraagt per definitie om investeringen met een onrendabele top. In het wegnemen hiervan zal door de overheid tegemoet moeten worden gekomen vanwege de concurrentiegevoeligheid van onder andere de energie-intensieve industrie. Het verlagen van de financieringskosten door overheidsparticipatie in de financiering van investeringen via Invest-NL kan de omvang van subsidieverlening beperken.
  • De nationale doelstelling moet worden gecorrigeerd voor het volume-effect van extra productie in Nederland met een lagere CO2-uitstoot. Wanneer vanwege de Nederlandse ligging en logistieke functie niet alleen al aanwezige productie CO2-armer wordt gemaakt, maar meer van deze productie naar Nederland komt, zet dit de realisatie van de nationale CO2-doelstelling onder druk, terwijl de wereldwijde CO2-uitstoot wordt verlaagd.
  • Er dient een voortvarende innovatieparagraaf in het Klimaatakkoord te worden opgenomen, met veel ruimte voor demonstratie- en pilotprojecten.  

 

[1] Op EU-niveau is er voor ETS-sectoren – energie-intensieve industrie en elektriciteitsproductie – geen nationale doelstelling. De extra nationale opgave komt bovenop de verwachte CO2-reductie in Nederland onder het ETS-systeem. Voor de niet-ETS-sectoren – mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw & landgebruik – is er in de EU wel een “effort sharing” doelstelling per lidstaat. De Nederlandse effort sharing wordt bij ongewijzigd beleid al geleverd aldus PBL.

Lees meer